Terug
Gepubliceerd op 02/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 01/06/2026 - 20:00

Vaststellen reglement belasting op bedrijfsvestigingen

Aanwezig: David Geladé, voorzitter
Jonathan Holslag, burgemeester
Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Schepenen
Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Dominique Wilmots, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, leden
Patrick Vanoverschelde, Raadslid
Patricia Willems, algemeen directeur
Verontschuldigd: Peter Reynaers, Elias Cool, Ine Tombeur, leden
Regelgeving

Bevoegdheid

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 170, §4 dat bepaalt dat geen last of belasting door de gemeenten kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen waaronder de gemeentelijke belastingen en retributies, vaststelt
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen niet aan het college van burgemeester en schepenen kan worden toevertrouwd en derhalve behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad

Juridische context

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
  • Het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen met alle latere wijzigingen
  • Het wetboek van inkomstenbelasting 1992
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
Feiten, context en motivering

Het is gerechtvaardigd om een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de stad gelet op haar financiële toestand en haar wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Daarom is het evident om de bedrijven die op het grondgebied van de stad een economische activiteit uitoefenen en gebruik maken van de stedelijke infrastructuur en de dienstverlening op het vlak van wegen, riolering, ruimtelijke ordening en milieubeleid, aan een stadsbelasting te onderwerpen.

Het belastbaar voorwerp bestaat uit het exploiteren van een bedrijfsvestiging op het grondgebied van de stad Tienen.

Het komt als redelijk voor om te streven naar een billijke en evenwichtige verdeling van de belastingdruk.

Het oppervlaktecriterium kan dan ook als berekeningsbasis redelijk en objectief beschouwd worden teneinde de stadsbelasting te berekenen aangezien grotere bedrijfsvestigingen meestal ook meer gebruik maken van de stedelijke infrastructuur en diensten. De belasting kan berekend worden op basis van de oppervlakte van de bedrijfsvestiging die voor de uitbating ervan wordt gebruikt. De belastbare grondslag dient eenvoudig meetbaar en controleerbaar te zijn en bestaat derhalve uit de som van de totale grondoppervlakten die gebruikt worden door de belastingplichtige voor de exploitatie van de bedrijfsvestiging.  Zijn er verschillende bedrijven gevestigd in één gebouw, geldt de som van de vloeroppervlakten die gebruikt worden voor de exploitatie van het bedrijf.  

Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement per vierkante meter oppervlakte hebben, hebben meer dan andere bedrijven nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. Het belasten van cultuurgronden die uit hun aard noodzakelijkerwijze grote oppervlaktes hebben, zou voor agrarische bedrijven leiden tot een onevenredig zware belasting. Het is verantwoord om voor deze categorieën van bedrijven de oppervlakte van de cultuurgronden niet mee te tellen in de berekening.  Dit is ook redelijk voor de bedrijven die een bekken of bekkens van waterinfiltratie hebben omdat deze bekkens, die een grote oppervlakte in beslag nemen, het algemeen belang dienen in de zin dat waterinfiltratie de lozing van water in de riolering verhindert of minstens vermindert wat het milieu ten goede komt en en bijdraagt aan een goede waterhuishouding.

Bovendien dienen agrarische bedrijven over een in oppervlakte grote bedrijfsvestiging zelf te beschikken, dit om opslag van stro, hooi, kuilvoer,.. en de stalling van omvangrijke landbouwmachines mogelijk te maken.  De oppervlakte van deze opslag en stalling staat doorgaans niet in evenredige verhouding tot het rendement dat daarop kan gerealiseerd worden. Vandaar dat het billijk voorkomt om het tarief van de belasting voor de land- en tuinbouwers te verminderen.  De beweegredenen van de behoefte aan grotere oppervlakten in verhouding tot andere bedrijven versus de lagere rendabiliteit is eveneens van toepassing op bedrijfsvestigingen die bestaan uit openlucht recreatieve voorzieningen die doorgaans ook een grotere oppervlakte nodig hebben voor de recreatie zonder dat de rendabiliteit in evenredige verhouding staat tot de oppervlakte.  Daarbij kan gedacht worden aan outdoor sportterreinen en kampeerterreinen.  Voor de uitbaters voor dergelijke openlucht recreatieve voorzieningen is het evenzeer verantwoord het verlaagd tarief, dat van toepassing is voor agrarische bedrijfsvestigingen, toe te passen .

De rechtspersonen die opgesomd worden in de artikelen 180 en 181 van het wetboek van inkomstenbelasting 1992 zijn enerzijds rechtspersonen die opgericht werden door de overheid en doorgaans een taak van algemeen belang vervullen en anderzijds rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven en doorgaans ook een kleinere financiële draagkracht hebben.  Het komt daarom gepast voor om deze twee categorieën van rechtspersonen vrij te stellen van de belasting.  Evenzeer is het aangewezen het autonoom gemeentebedrijf Tienen dat opgericht werd door de stad, vrij te stellen daar de activiteiten die het AGB Tienen ontplooit in het teken van het algemeen belang staan.  Teneinde nieuwe bedrijven op het Tiense grondgebied aan te trekken, is het ook aanvaardbaar nieuwe bedrijven een vrijstelling, weliswaar beperkt in tijd (1 jaar) te verlenen, met het oog op het creëren van (lokale) tewerkstelling en het stimuleren van handel en horeca.  Tenslotte dienen nachtwinkels, automatenshops, shisha-bars, CBD-shops, privé-clubs, bars, rendezvous-huizen, wedkantoren, private bureaus voor telecommunicatie (belwinkels), clubhuizen van motorclubs en uitbatingen door club-vzw's vrijgesteld te worden, dit om een dubbele belasting te vermijden daar deze reeds onderworpen zijn aan het belastingreglement op nachtwinkels, automatenshops, shisha-bars, CBD-shops, privé-clubs, bars, rendez-voushuizen, wedkantoren, private bureaus voor telecommunicatie (belwinkels), clubhuizen van motorclubs en uitbatingen door club-vzw’s, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 11 december 2025.

 

 

Financiële impact/budget

De ontvangsten worden geboekt op RW-FIN/0020-00/734000.

Publieke stemming
Aanwezig: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Dominique Wilmots, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, Patrick Vanoverschelde, Patricia Willems
Voorstanders: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Cléo Yaacoub, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Bart Thomas, Dominique Wilmots, Bert Valkeniers, Anita Savonet
Tegenstanders: Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ketty Vanherle, Patrick Vanoverschelde
Resultaat: Met 18 stemmen voor, 12 stemmen tegen, 1 niet gestemd

Besluit

Enig artikel: De gemeenteraad stelt het reglement belasting op bedrijfsvestigingen vast als volgt:

 

Reglement belasting op bedrijfsvestigingen

 

Het belastbaar feit

Artikel 1

De stad Tienen heft een jaarlijkse belasting op de economische bedrijvigheid in bedrijfsvestigingen op het grondgebied van de stad Tienen.

De heffingstermijn

Artikel 2

De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2031.

Definities

Artikel 3

3.1. Als bedrijfsvestiging wordt beschouwd, elk (gedeelte van een) onroerend goed of geheel van meerdere onroerende goederen die samen één complex of entiteit vormen en/ of elke activiteitskern of elk centrum van werkzaamheden of (geheel van) ruimte(n), onder gelijk welke vorm en van individuele of collectieve aard, welke voor beroepsactiviteit of bedrijfsdoeleinden wordt benut. 

3.2. Als een agrarische bedrijfsvestiging wordt beschouwd, een bedrijfsvestiging waarvan de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk bestaan uit land- en/of tuinbouw en die uitgebaat wordt door een landbouwer.

3.3. Als landbouw wordt beschouwd, een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op akkerbouw en/of weidebouw en/of bosbouw en/of veeteelt.

3.4. Als tuinbouw wordt beschouwd, een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op groenteteelt, fruitteelt, sierteelt, (bos)boomkwekerij, kweek van tuinbouwzaden, plantgoed en/of aanverwante teelten, met het oog op een geregelde verkoop.

3.5. Als cultuurgronden worden beschouwd, landbouw- en/of tuinbouwgronden die actief gebruikt worden voor het telen van gewassen of agrarische productie, zijnde weilanden, hooilanden, bouwland, boom- en wijngaarden en boomkwekerijen.

3.6. Als economische bedrijvigheid wordt beschouwd, alle werkzaamheden, handels- en dienstverrichtingen die worden uitgevoerd door natuurlijke personen, rechtspersonen of iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid in functie van inkomstenverwerving, patrimonium- of vennootschapsbeheer.

3.7. Als recreatieve bedrijfsvestiging wordt beschouwd is een locatie waar vrije tijd of amusement centraal staan en waaraan mensen uit vrije wil deelnemen om zich te ontspannen, te amuseren, te bewegen of cultuur te beleven.

3.8. Als openluchtrecreatie wordt beschouwd het exploiteren van kampeerterreinen en/of openluchtmusea en/of sportinfrastructuur in open lucht bestemd voor het gebruik door niet-professionele sportbeoefenaars.

3.9.  Als kampeerterrein wordt beschouwd, een terrein dat specifiek ingericht en bedoeld is voor het plaatsen van kampeermiddelen (zoals tenten, caravans of campers) met het oog op openlucht recreatief verblijf met inbegrip van de cafetaria, gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen en het administratief onthaal.

3.9.  Niet-professionele sportbeoefenaar: de sportbeoefenaar die zich voorbereidt op of deelneemt aan een sportmanifestatie en daarvoor geen arbeidsovereenkomst heeft aangegaan in het kader van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaar.

 

De belastingplichtige

Artikel 4

De belasting op de bedrijfsvestigingen is ten laste van:

a. de natuurlijke personen die op 1 januari van het aanslagjaar in hoofd- of in bijberoep, een nijverheids-, landbouw-, tuinbouw- en/of handelsbedrijf exploiteren, en/of een vrij beroep of andere zelfstandige activiteit uitoefenen en die op het grondgebied van de stad één of meer vestigingen voor economische bedrijvigheid exploiteren;

b. alle rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Tienen één of meerdere vestigingen voor economische bedrijvigheid exploiteren 

c. alle andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Tienen één of meerdere vestigingen voor economische bedrijvigheid exploiteren.

Berekeningsgrondslag en aanslagvoet

Artikel 5

5.1. De belasting wordt jaarlijks gevestigd op basis van de grondoppervlakte gebruikt voor exploitatie, ongeacht de kadastrale indeling, op 1 januari van het aanslagjaar. 

a. Tot de oppervlakte van de bedrijfsvestiging behoren alle grondoppervlakten die voor de exploitatie van in artikel 3 omschreven activiteiten worden gebruikt.

b. Tot de grondoppervlakte behoren evenwel niet de cultuurgronden en de bekkens voor waterinfiltratie.

c. Als grondoppervlakte geldt de som van de grondoppervlakten die gebruikt worden voor de exploitatie van de bedrijfsvestiging, verhard of niet verhard, met inbegrip van de leegstaande gebouwen die (tijdelijk) niet benut worden en waarvoor geen leegstandsbelasting wordt geheven, de toegangswegen, de parkings en de laad- of losplaatsen doch met uitsluiting van de gedeelten die uitsluitend als woongelegenheid worden benut, de siertuinen, de moestuinen, de wadi's en de groene bufferzones.  Wordt een grondoppervlakte zowel privé als voor bedrijfsdoeleinden benut, wordt deze desalniettemin belast. 

d. Indien op eenzelfde grondoppervlakte meerdere bedrijven een vestiging hebben, wordt de grond en de gebouwen die gemeenschappelijk door meerdere bedrijfsvestigingen gebruikt worden, in hoofde van elke bedrijfsvestiging in aanmerking genomen pro rata van de door die vestiging individueel gebruikte of ter beschikking zijnde grondoppervlakten.

e. Zijn er verschillende bedrijfsvestigingen in één gebouw, dan geldt de som van de netto-vloeroppervlakten die gebruikt worden voor de exploitatie van het bedrijf en worden de delen die gemeenschappelijk voor meerdere bedrijfsvestigingen ter beschikking zijn, in hoofde van elke bedrijfsvestiging in aanmerking genomen pro rata voor de door die vestiging individueel gebruikte of ter beschikking zijnde netto-vloeroppervlakten.  Voor de parkeergelegenheden die gemeenschappelijk gebruikt worden, gebeurt de berekening zoals vermeld in punt 5.1.d.

f. De oppervlakte wordt per bedrijfsvestiging afgerond naar de bovenliggende vierkante meter.

5.2. De belasting bedraagt 80 euro op de eerste schijf tot 100m², te verhogen vanaf 101m² met 0,70 euro voor elke bijkomende m². Voor agrarische bedrijfsvestigingen bedraagt evenwel de verhoging 0,08 euro voor elke bijkomende m².  Voor recreatieve bedrijfsvestigingen bedraagt de verhoging 0,70 euro voor elke bijkomende m² voor de oppervlakte die wordt ingenomen door de indooractiviteiten en 0,08 euro voor elke bijkomende m² voor de oppervlakte die wordt ingenomen voor openluchtactiviteiten waarbij de cafétaria en het buitenterras beschouwd worden als indooractiviteit.  

5.3. Het bedrag van de belasting, zowel het forfaitair bedrag tot 100 m² als het bedrag per m², wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004). Ze wordt op 1 januari aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens onderstaande formule:

gezondheidsindex december voorgaand jaar x basistarief

gezondheidsindex december 2026 

De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

5.4. Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2028.

5.5. De indexatie kan nooit tot gevolg hebben dat het belastingbedrag naar beneden worden bijgesteld.

5.6. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd voor de op 1 januari van het aanslagjaar in exploitatie zijnde bedrijfsvestigingen.  De stopzetting of vermindering van de bedrijfsactiviteit of exploitatie in de loop van een aanslagjaar, evenals de vermindering van de belastbare oppervlakten tijdens hetzelfde aanslagjaar, geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering.  

Vrijstellingen

Artikel 6

De belasting is niet verschuldigd door:

a. De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 en 181 van het wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.

b. Nieuwe bedrijven en dit voor een periode van één jaar volgend op de aanvang van de activiteit.  Hiermee worden bedrijven bedoeld die voorheen geen bedrijfsvestiging exploiteerden op het grondgebied van Tienen en die evenmin ontstaan zijn door wijziging of door splitsing van of samenvoeging met een bedrijf dat reeds op het grondgebied van Tienen gevestigd was.

c. Het Autonoom Gemeentebedrijf Tienen.

d. Nachtwinkels, automatenshops, shisha-bars, CBD-shops, privé-clubs, bars, rendezvous-huizen, wedkantoren, private bureaus voor telecommunicatie (belwinkels), clubhuizen van motorclubs en uitbatingen door club-vzw's.

Wijze van invordering

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Aangifteplicht

Artikel 8

8.1. Elke belastingsplichtige moet ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar per vestiging een afzonderlijke aangifte op het door de stad voorgeschreven aangifteformulier indienen.  Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

8.2. Een belastingplichtige is voor een vestiging vrijgesteld van de in artikel 8.1 voorgeschreven aangifteplicht op voorwaarde dat hij/zij voor het vorige aanslagjaar voor deze vestiging werd aangeslagen op basis van een tijdig ingediend aangifteformulier.

Een belastingplichtige kan niettemin worden verplicht voor deze vestiging een aangifteformulier in te dienen indien dat hem/haar uitdrukkelijk wordt gevraagd door het stadsbestuur.  

8.3. Voor de vestiging waarvoor overeenkomstig artikel 8.2., eerste lid een vrijstelling van de aangifteplicht geldt, wordt aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte ter beschikking gesteld door het stadsbestuur.  Dit vermeldt de gegevens inzake de vestiging

Indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen de gestelde termijn in artikel 8.1. gedag- en ondertekend indienen bij het stadsbestuur, met een duidelijke en volledige vermelding op het voorstel van de correcte gegevens en/of verbeteringen of aanvullingen.

Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij het (verbeterd of vervolledigd) voorstel van aangifte tijdig indiende.

Indien het voorstel van aangifte geen onjuistheden of onvolledigheden bevat en alle voorgedrukte gegevens stroken met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte niet indienen bij het stadsbestuur.

8.4. Voor elke vestiging waarvoor een belastingplichtige niet overeenkomstig artikel 8.2., tweede lid, vrijgesteld is van de aangifteplicht en waarvoor hij/zij vanwege het stadsbestuur geen aangifteformulier ontvangt conform artikel 8.3., moet de belastingplichtige het aangifteformulier aanvragen of afhalen bij het stadsbestuur.

Voor elke vestiging waarvoor de belastingplichtige overeenkomstig artikel 8.2., vrijgesteld is van de aangifteplicht en waarvoor hij/zij vanwege het stadsbestuur geen voorstel van aangifte ontvangt, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte afhalen of aanvragen bij het stadsbestuur.

Ambtshalve vestiging

Artikel 9

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8.1. gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting ontvangt de belastingplichtige van de stad per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.

Aanslag

Artikel 10

De aanslagbiljetten worden schriftelijk of digitaal verzonden aan de belastingplichtige.

Bezwaarmogelijkheid

Artikel 11

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

Het bezwaarschrift moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend;

2° het wordt ondertekend;

3° het wordt gemotiveerd.

Bezwaren moeten per aangetekend brief worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 27, 3300 Tienen, of via mail naar inningen@tienen.be.

Betaling

Artikel 12

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Inwerkingtreding

Artikel 13

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2027.