Bevoegdheid
Juridische context
1. Toelichting BOA
Op 28 februari 2025 besliste de Vlaamse regering over de verdere uitvoering van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA). Met dit decreet wil men een betere afstemming tussen buitenschoolse opvang en activiteiten voor alle kinderen en gezinnen. Het lokaal bestuur heeft hierbij de regie in handen. Samen met verschillende partners stippelt het een lokaal buitenschools beleid uit, binnen de krachtlijnen van het decreet. Sinds de start van de overgangstermijn in 2021, zijn lokale besturen samen met partners aan de slag gegaan om dit transitietraject participatief en kwalitatief aan te pakken.
De essentie over de verdere uitvoering van het decreet:
De Vlaamse beleidskeuzes worden verankerd in een wijziging van het decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten.
Doelstellingen
Het BOA decreet heeft drie doelstellingen:
Inhoudelijke krachtlijnen decreet
In mei 2019 keurde het Vlaams parlement het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten goed. Het biedt besturen de mogelijkheid voor lokaal maatwerk, via een op te zetten lokale samenwerking tussen opvangvoorzieningen, scholen, en andere vrijetijdsspelers. Deze samenwerking moet vooral het kind ten goede komen en alle kinderen naschools alle kansen geven op ontplooiing en spelen.
De Vlaamse overheid streeft met dit decreet naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor álle kinderen en gezinnen. Dat wil zeggen dat alle lokale spelers (onderwijs, welzijn, cultuur, jeugd en sport …) zo goed mogelijk samenwerken.
Het decreet kan samengevat worden in twee kernthema’s:
Rol lokaal bestuur en lokale situatie
Het lokaal bestuur neemt de regie op en tekent een lokaal beleid uit rond buitenschoolse opvang en activiteiten. Het lokaal bestuur beslist over de besteding van de beschikbare financiële, personele en infrastructurele middelen. De rol van het lokaal bestuur omvat daarom volgende zaken:
2. Visie
Stad Tienen streeft naar het bieden van een kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang voor alle kinderen. Om dit doel te bereiken, zetten we actief in op twee complementaire functies: de nest- en webfunctie. Beide zijn essentieel om een veilige, geborgen en stimulerende omgeving te creëren waarin kinderen kunnen groeien, ontdekken en genieten van hun vrije tijd.
In onze visie vertrekken we bovendien vanuit het gelijkheidsbeginsel zoals opgenomen in het Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid van de lokale en provinciale besturen (4 juli 2008). Elk kind moet, ongeacht naar welke school het gaat, toegang hebben tot een gelijkwaardig en kwaliteitsvol aanbod van buitenschoolse opvang. Daarom streven we ernaar om in alle scholen een gelijk aanbod te voorzien, waarbij gelijke kansen en gelijke toegang centraal staan. Zo is er ook geen onderlinge concurrentie tussen de scholen.
Nestfunctie: Een veilige en vertrouwde omgeving
De nestfunctie vormt de basis van onze buitenschoolse opvang. In de 13 basisscholen van Tienen creëren we een plek waar kinderen zich veilig en geborgen voelen, zodat ze kunnen groeien in hun zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Deze opvang is meer dan enkel een plek om te verblijven; het is een omgeving waar kinderen tot rust kunnen komen, waar ze zichzelf kunnen zijn en waar hun welzijn voorop staat.
Visie in de praktijk:
Eind 2019 ging de stad Tienen van start met een interne werkgroep om de vooropgestelde acties uit het BOA-decreet vorm te geven. Deze werkgroep maakte werk van een oplijsting van cijfers van de voor- en naschoolse opvang, van jeugd- en sportverenigingen, een ontwerpvisie voor buitenschoolse opvang en een eerste actieplan. Deze werden voorgelegd aan het LOK (lokaal samenwerkingsverband).
Hieruit bleek al snel dat er een grote nood was aan het uitbesteden van de voor- en naschoolse opvang. Tot op dat moment stonden de scholen zelf in voor de organisatie van deze opvang. De stad Tienen zette in op deze uitbesteding en vanaf 1 januari 2021 ging Ferm Kinderopvang vzw aan de slag in alle 13 Tiense basisscholen. In de opdracht werd eveneens opgenomen dat Ferm Kinderopvang vzw tijdens alle schoolvakanties een vakantieaanbod voorziet in het Vrijetijdscentrum voor 50 kleuters van 2,5 tot 6 jaar.
In 2025 deed stad Tienen een ouderbevraging over het aanbod buitenschoolse opvang. Om een beter zicht te krijgen op waar de noden liggen voor ouders, werd – aanvullend op de beschikbare cijfergegevens – een ouderbevraging gelanceerd. Deze werd verspreid via de communicatiekanalen van de 13 basisscholen aan alle ouders.
In totaal vulden 210 ouders de bevraging in. 48% geeft aan bijna dagelijks gebruik te maken van de voor– en naschoolse opvang. De resultaten tonen aan dat ouders over het algemeen tevreden zijn met het (spel-)aanbod, met een score van 3.74 op 5. Ook op vlak van vertrouwen in de begeleiding, veiligheid en zorg wordt een gelijkaardige score van 3.75 op 5 gegeven. Deze cijfers wijzen op een positieve beoordeling van de opvang.
| Principe van de buitenschoolse kinderopvang tijdens het schooljaar |
| Alle opvang gaat door op school. In 13 basisscholen van Tienen wordt opvang in de school georganiseerd. |
| Alle schooldagen is er opvang van 7.00 uur 's morgens tot en met 18.00 uur 's avonds |
| Een uniforme prijs, rekening houdend met kansentarief |
| Organisatie door Ferm |
Webfunctie: een breed en geïntegreerd aanbod
Het BOA-decreet beoogt een breed en gevarieerd aanbod binnen de buitenschoolse opvang, gerealiseerd in nauwe samenwerking met lokale partners. Door verbindingen te leggen met domeinen zoals sport, cultuur, kunst, vakantieopvang en private initiatieven ontstaat een divers aanbod aan activiteiten. Deze samenwerking verrijkt de opvangcontext en biedt kinderen en jongeren kansen om talenten te ontdekken en verder te ontwikkelen.
Binnen deze webfunctie kan er ook expliciet ingezet op de integratie van het sociaal beleid. Buitenschoolse opvang vormt immers een strategische omgeving om, over sectoren en acties heen, te werken aan ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren. Hoewel deze rol niet altijd onmiddellijk voor de hand ligt, situeert zich net hier een belangrijke opportuniteit om een brede, preventieve benadering vorm te geven.
De webfunctie beperkt zich daarbij niet tot vrijetijdsbesteding. De buitenschoolse opvang kan eveneens functioneren als een versterkende leer- en ontwikkelingscontext, met aandacht voor onder meer huistaakbegeleiding op maat, het aanleren van weerbaarheid en het ondersteunen van sociale en emotionele ontwikkeling.
Vanuit een preventief perspectief kan via BOA gewerkt worden aan thema’s zoals schooluitval, psychisch welbevinden en het versterken van draagkracht en veerkracht bij kinderen en jongeren. Door deze thema’s geïntegreerd en vroegtijdig op te nemen binnen de buitenschoolse context, ontstaat de mogelijkheid om een duurzame en positieve impact te realiseren op hun verdere levensloop.
Voorbeelden
Conclusie
Stad Tienen gelooft in een toekomstgerichte en zorgzame buitenschoolse opvang, waar zowel de nest- als de webfunctie centraal staan. Stad Tienen streeft naar een harmonieuze balans tussen veiligheid en geborgenheid enerzijds, en vrijheid en ontdekking anderzijds. Zo bieden we elk kind een warme plek waar kinderen kansrijk kunnen opgroeien.
3. Subsidies vanaf 2025:
Opgroeien kent in 2025 en 2026 een tijdelijke subsidie toe aan alle lokale besturen, om zich voor te bereiden op de volgende fase van het decreet en maximaal toe te werken naar extra kwalitatief aanbod dat afgestemd is op de buurt en de andere lokale partners.
• In 2025 is dit voor Tienen een bedrag van 374.360 euro.
• In 2026 (tot 01/09/2026) is dit voor Tienen een bedrag van 169.740 euro.
Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorkeur aan het inzetten van de BOA - boost subsidie voor een combinatie van een investering in middelen en een besparing op de huidige opdracht van Ferm Kinderopvang.
Vanaf 01/01/2027 ontvangt stad Tienen een subsidiebedrag van 895.404 euro.
Subsidiebedrag vanaf 2027:
Stad Tienen betaalt in totaal € 996.657 aan Ferm kinderopvang. Tegelijkertijd ontvangt de stad ook inkomsten van Ferm ter waarde van € 348.657. Dit betekent dat de netto kosten van Ferm voor de stad uitkomen op € 648.000.
Vanaf 2027 ontvangt de stad Tienen daarnaast subsidies van € 895.404. Na verrekening van deze subsidies blijft er een bedrag van € 247.404 over. Dit bedrag kan worden besteed aan de verdere uitbouw van de webfunctie en aan handhaving.
4. Startmoment uitrol BOA
De Vlaamse regering voorziet twee mogelijke opties voor de uitvoering van het BOA–decreet:
Op het schepencollege van 23 september 2025 heeft het college van burgemeester en schepenen het startmoment van BOA vastgelegd op 1 september 2026.
Het LSV bereikt die doelen door een diverse samenstelling en mee te werken aan de BOA-beleidscyclus, met name door:
Centraal in de organisatievorm staat een kerngroep die instaat voor de sturing en coördinatie van het BOA-beleid. Deze bestaat uit de huidige projectgroep BOA (Team kind en jeugd met linken naar onderwijs, loket kinderopvang, ...), aangevuld met vertegenwoordigers van andere relevante interne diensten (zoals sport, cultuur, ...) en de opvangpartner, om een geïntegreerde aanpak te garanderen.
Daarnaast wordt gewerkt met thematische werkgroepen die inhoudelijk rond specifieke BOA-thema’s aan de slag gaan. De samenstelling varieert naargelang het thema. Prioritair worden werkgroepen voorzien rond de NEST-functie, de WEB-functie en het vakantieaanbod. Waar nodig kunnen bijkomende werkgroepen worden opgericht.
Bestaande adviesraden en overlegstructuren worden maximaal benut voor informatie en advies. Voor partners die reeds deelnemen aan bestaande netwerken (zoals het Netwerk Sport of het Tiens Onderwijs Netwerk) worden geen bijkomende overlegplatformen opgezet.
Ouders en andere niet-georganiseerde doelgroepen worden betrokken via bevragingen en, waar relevant, via participatiemomenten. De organisatievorm wordt flexibel opgezet zodat zij kan evolueren in functie van toekomstige noden en beleidsaccenten.
Binnen de organisatievorm wordt dus gewerkt met verschillende gradaties in samenwerking.
Op het college van 3 februari 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen het Lokaal samenwerkingsververband vastgesteld.
Het erkenningskader bepaalt de kwaliteitsverwachtingen en voorwaarden waaraan organisatoren van buitenschoolse opvang & activiteiten moeten voldoen om erkend te worden in de drie verschillende categorieën van aanbod aan Buitenschoolse Opvang en Activiteiten.
Dit kader legt kwaliteitscriteria en samenwerkingsafspraken vast, en vormt de basis voor erkenning, opvolging en eventuele handhaving van het lokale aanbod. Het kader vervangt vroegere Vlaamse labels.
-Erkenningscategorieën:
Het lokaal erkenningskader maakt een onderscheid tussen drie erkenningscategorieën, elk met een eigen finaliteit binnen het lokale BOA-beleid.
Categorie A heeft betrekking op de organisatie van buitenschoolse opvang. Het gaat om structureel opvangaanbod vóór en na de schooltijd en tijdens schoolvrije dagen en vakanties, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan kwaliteit, toegankelijkheid, pedagogisch handelen en een duurzaam medewerkersbeleid.
Categorie B omvat activiteiten in het kader van de webfunctie. Dit zijn georganiseerde vrijetijdsactiviteiten die aansluiten bij de buitenschoolse opvang en bijdragen aan ontmoeting, spel, ontplooiing en ontspanning voor kinderen, vaak in samenwerking met scholen en lokale partners.
Categorie C betreft huiswerkbegeleiding. Deze categorie richt zich op structurele en groepsgerichte ondersteuning van kinderen bij hun schoolse taken, met als doel het versterken van leerhouding, zelfvertrouwen, taalvaardigheid en het verkleinen van ongelijkheden in onderwijskansen, in nauwe afstemming met scholen en andere betrokken partners.
-Erkenningsvoorwaarden:
De erkenningsvoorwaarden vertrekken vanuit de minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden, die gebaseerd zijn op het Europees kwaliteitskader voor kinderopvang.
Na de goedkeuring van het erkenningskader wordt per school de concrete uitrol verder uitgewerkt. Het realiseren van de ambities van BOA vraagt om samenwerking, dialoog en wederzijds leren, evenals een aanpak op maat. Elke lokale context — school, buurt of wijk — is uniek.
Als lokaal bestuur nemen we onze regierol op door zowel aanbod te organiseren als samenwerking en netwerking te stimuleren. We creëren ruimte voor vernieuwing en zetten in op continue evaluatie en bijsturing.
We leggen daarbij expliciet de link met het sociaal beleid en andere acties uit de meerjarenplanning. Zo versterken we de samenhang en impact van onze initiatieven.
Per school analyseren we de huidige situatie en brengen we de perspectieven van kinderen, ouders, scholen en opvangaanbieders in kaart. Op basis daarvan bouwen we gericht verder.
In het kader van de subsidieoproep rond taaloefenkansen van het agentschap integratie en inburgering ontving stad Tienen een budget van 60.000 euro. Dit project wordt lokaal uitgerold onder de noemer “taaloefenkansen in de buitenschoolse kinderopvang” en vormt een belangrijke hefboom binnen het BOA-verhaal.
Daarnaast betrekken we ook de onderwijsopbouwwerker om, samen met de school en BOA, een kleinschalig ecosysteem te creëren rond kinderen en hun ontwikkelingskansen.
De opmaak van dit erkenningskader werd opgesteld binnen het Lokaal samenwerkingsverband BOA Tienen.
Budgetten voor 2026 zijn voorzien onder volgende artikelnummers:
Uitgaven:
AP11-ACT2-0945-00/613002 € 987757.12 (raming Ferm) + € 33332 (webfunctie, handhaving, uitvoering BOA decreet)
AP11-ACT2-0945-00/614399 € 50000 (webfunctie, handhaving, uitvoering BOA decreet)
AP11-ACT2-0945-00/613001 € 15000 (webfunctie, handhaving, uitvoering BOA decreet)
Inkomsten:
AP11-ACT2-0945-00/700710 € 362603.282 (raming ouderbijdragen Ferm)
AP11-ACT2-0945-00/740601 € 479056.84 (boost en BOAsubsidies)
Besluit
Enige artikel: De gemeenteraad stelt het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) vast als volgt:
Lokaal bestuur Tienen
Erkenningskader BOA
Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang
en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
Inhoud
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen.
Hoofdstuk 2: Erkenningscategorieën.
Hoofdstuk 3: Erkenningsvoorwaarden.
Hoofdstuk 4: Erkenningsprocedure.
Hoofdstuk 5: Toezicht op de erkenningsvoorwaarden.
Hoofdstuk 6: Handhaving.
Art. 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
| BOA-decreet |
Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten. |
| Buitenschoolse opvang & activiteiten |
Het geheel van formeel georganiseerde buitenschoolse opvang en vrijetijdsactiviteiten voor kinderen. Onder meer de volgende activiteiten vallen niet onder dit decreet: het verstrekken van onderwijs of het organiseren van middagopvang op school (m.u.v. deeltijds kunstonderwijs); dagbesteding of begeleiding in internaten of semi-internaten; jeugdhulp als vermeld in artikel 2, § 1, 30°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; exclusieve zorg aan kinderen met een handicap; gezondheidszorg aan kinderen; het passen op kinderen van klanten of bezoekers. |
| BOA-organisator |
Een organisator van buitenschoolse opvang & activiteiten. |
| BOA-initiatief |
Een concreet initiatief van buitenschoolse opvang & activiteiten, georganiseerd door een BOA-organisator. |
| Begeleider |
Persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind. |
| Medewerker |
Iedereen die geen begeleider of stagiair is maar wel meewerkt aan de organisatie van een BOA-initiatief. |
| Vrijwilliger |
Iemand die de rol van begeleider of medewerker vervult onder het statuut van vrijwilligerswerk zoals bepaald in de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers. |
| Kleuterschool |
Onderwijsinstelling voor kinderen vanaf de leeftijd waarop ze kleuteronderwijs kunnen volgen, zoals bepaald in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. |
| Lagere school |
Onderwijsinstelling voor kinderen van de lagere school, zoals bepaald in artikel 3, 27°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. |
| Erkenningscategorie |
Een categorie bepaald in dit erkenningskader voor een specifiek BOA-initiatief waarvoor een BOA-organisator een erkenning kan aanvragen. |
| Lokaal bestuur |
Het lokaal bestuur van de stad Tienen, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen. |
Art. 2. Het lokaal bestuur kent een erkenning toe aan een BOA-organisator die een BOA-initiatief organiseert binnen de grenzen van de stad Tienen en die voldoet aan de voorwaarden vermeld in dit erkenningskader.
Art. 3. Met “georganiseerd binnen de grenzen van de stad Tienen” wordt bedoeld dat de begin- en eindlocatie van het BOA-initiatief zich in Tienen moet bevinden.
Art. 4. Alle huidige en toekomstige bepalingen uit het BOA-decreet zijn automatisch ook van toepassing op dit erkenningskader.
Art. 5. Een BOA-organisator kan zich laten erkennen in één of meerdere van de volgende erkenningscategorieën:
| Categorie A |
Buitenschoolse opvang |
| Categorie B |
Activiteiten in het kader van de webfunctie |
| Categorie C |
Huiswerkbegeleiding |
Art. 6. Om erkend te worden in één van de erkenningscategorieën moet de BOA-organisator aan de volgende algemene voorwaarden voldoen:
– Beschikken over een rechtspersoonlijkheid (uitzondering: zie artikel 15, § 1).
– Voldoen aan alle vereisten van de relevante wetgeving die niet worden vermeld in dit erkenningskader, waaronder onder andere:
- Codex inzake Welzijn & Preventie op het werk;
- GDPR;
- Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (indien van toepassing);
- Alle wetgeving over de brandveiligheid van gebouwen;
- Alle wetgeving over omgevingsvergunningen
- …
Art. 7. Om erkend te worden in categorie A moet zowel het BOA-initiatief als de BOA-organisator voldoen aan de voorwaarden vermeld in de artikelen 8 tot en met 13.
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Art. 8.
– De BOA-organisator beschikt over een schriftelijke visie op de opvang, de betrokkenheid van gezinnen en de samenwerking met andere actoren. Deze visie wordt vertaald in concrete doelen en acties en door alle medewerkers uitgedragen.
– De BOA-organisator communiceert helder en tijdig met medewerkers, kinderen en gezinnen, en staat open voor feedback.
– De BOA-organisator werkt samen met een breed netwerk van partners om aan de noden van de gezinnen tegemoet te komen. Deelname aan het lokaal samenwerkingsverband wordt sterk aangemoedigd.
– Het BOA-initiatief biedt opvang op elke schooldag: vanaf 7:00 tot 15 minuten voor de start van de eerste les, en vanaf 15 minuten na het einde van de laatste les tot 18:00.
– Het BOA-initiatief biedt opvang op vakantiedagen (uitgezonderd feestdagen), van 7:00 tot 18:00 uur.
– Collectieve sluiting is enkel mogelijk in overleg met het lokaal bestuur. De BOA-organisator kan hier niet eenzijdig over beslissen.
– Het lokaal bestuur bepaalt de voorrangsregels op basis van de heersende noden en de beschikbare capaciteit. De BOA-organisator kan hier niet eenzijdig over beslissen.
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Art. 9.
– Het prijsbeleid is helder en transparant voor alle gezinnen.
– Er is een vorm van sociaal tarief beschikbaar.
– De BOA-organisator hanteert een proactief opnamebeleid en werkt drempels voor deelname — onder meer financiële drempels — actief weg.
– Er is bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.
– De BOA-organisator hanteert een non-discriminatiebeleid en staat open voor kinderen met diverse achtergronden. Er wordt actief gezorgd dat iedereen zich welkom voelt en kan deelnemen.
– De opname- en prijsafspraken worden vastgelegd en kenbaar gemaakt.
– De BOA-organisator stelt het opname- en prijsbeleid beschikbaar voor alle gezinnen, zowel digitaal als op papier, en houdt deze informatie up-to-date.
– De BOA-organisator is flexibel bij het aanpassen van de inschrijvingen wanneer de situatie dit vereist, bijvoorbeeld bij langdurige ziekte of wijzigingen in de gezinssituatie.
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
Art. 10.
– Er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding van kinderen.
– De begeleiders gaan kwaliteitsvolle interacties aan met de kinderen, met aandacht voor hun welbevinden, betrokkenheid en verbondenheid, ook tussen kinderen onderling.
– Er worden rijke en gevarieerde speel- en ontplooiingskansen gecreëerd in een sfeer van vrije tijd, met respect voor het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses en de eigenheid van elk kind.
– Er wordt rekening gehouden met de eigen voorkeuren van de kinderen binnen het geheel van het aanbod.
– De BOA-organisator ontwikkelt een taalbeleid waarbij het gebruik en de verwerving van het Nederlands een centrale plaats krijgt.
– De BOA-organisator biedt een gezonde omgeving aan: de ruimtes zijn hygiënisch, veilig en nodigen uit tot spel, rust en beweging. Er is voldoende en gevarieerd materiaal beschikbaar.
– Kinderen krijgen volop speelkansen en kunnen hun grenzen verleggen. Medewerkers hebben inzicht in risico’s en veiligheid, gaan er slim mee om en beschikken over de nodige kennis over brandpreventie en -bestrijding.
Begeleidingsratio’s op schooldagen:
| Groep |
Maximale ratio |
| Kleuters |
18 kleuters per begeleider |
| Lagere schoolkinderen |
25 kinderen per begeleider |
| Gemengde groepen |
20 kinderen per begeleider |
| Piekmomenten |
Overschrijding toegestaan, op voorwaarde dat er altijd minstens twee begeleiders aanwezig zijn |
Begeleidingsratio’s op schoolvrije dagen en vakantiedagen:
| Groep |
Maximale ratio |
| Kleuters |
18 kleuters per begeleider |
| Lagere schoolkinderen |
25 kinderen per begeleider |
| Gemengde groepen |
20 kinderen per begeleider |
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Art. 11.
– De BOA-organisator realiseert een duurzaam medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden, zoals veilige werkruimtes, pauzes, vakantieregeling en vervanging bij ziekte.
– De BOA-organisator heeft aandacht voor het versterken van ieders competenties en vaardigheden, en werkt hiertoe een leerbeleid uit dat coaching, reflectie, leren op de werkvloer en samenwerking omvat.
– Alle medewerkers beschikken over een recent uittreksel uit het strafregister in overeenstemming met artikel 596.2 (‘minderjarigenmodel’).
– Alle medewerkers kennen de interne afspraken en procedures en kunnen correct handelen in crisissituaties, waaronder brand, evacuatie, reanimatie en grensoverschrijdend gedrag.
– Er is steeds een verantwoordelijke aangeduid met de nodige competenties om de dagelijkse werking aan te sturen. Tijdens de zomeropvang is de verantwoordelijke dagelijks aanwezig op de centrale locatie en, indien dit niet het geval is, vlot bereikbaar.
– Minstens 80% van de begeleiders heeft een vorming afgewerkt die de vereiste competenties aanbiedt, of beschikt over een ervaringsbewijs dat dit aantoont. De overige 20% volgt een traject om hieraan te voldoen.
Vereiste competenties:
| Medewerker |
Vereiste competenties |
| Alle medewerkers |
- Gaat alert om met risico’s en weet correct te handelen bij grensoverschrijdend gedrag. - Kan doortastend handelen in crisissituaties (reanimatie, brandbestrijding, evacuatie). - Past de basisprincipes ter preventie van ziekte en bevordering van de gezondheid toe. |
| Verantwoordelijke |
- Stuurt de dagelijkse werking aan (leiderschap, structuur, coaching van medewerkers, oog voor verbetering en innovatie). - Heeft actieve kennis van het Nederlands om met alle betrokken actoren te communiceren. |
| Begeleider |
- Biedt zorg en speelmogelijkheden met het oog op de brede ontplooiing van het kind. - Werkt samen met ouders, collega’s en lokale partners. - Gaat positief om met diversiteit en reflecteert over de werking. - Kent voldoende Nederlands om in interactie te gaan met kinderen en ondersteunt hen bij de verwerving ervan. Begeleiders in een leertraject kennen voldoende Nederlands om gepast te handelen in noodsituaties. |
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Art. 12.
– De BOA-organisator werkt samen met een breed netwerk van partners om aan de noden van de gezinnen in de opvang tegemoet te komen.
– De BOA-organisator verleent volledige medewerking aan de samenwerking met scholen en het lokaal bestuur in het kader van activiteiten georganiseerd in het kader van de webfunctie.
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Art. 13.
– De werking wordt periodiek geëvalueerd door kinderen, gezinnen en medewerkers. De resultaten worden aangewend om de werking voortdurend te verbeteren.
– Elke schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of medewerker die plaatsvindt in de opvang, wordt onmiddellijk gemeld aan het lokaal bestuur.
– De BOA-organisator beschikt over een procedure om mondelinge en schriftelijke klachten te behandelen. Die procedure wordt schriftelijk afgehandeld. De BOA-organisator brengt de gebruikers op de hoogte van deze procedure.
Art. 14. Om erkend te worden in categorie B moet zowel het BOA-initiatief als de BOA-organisator voldoen aan de voorwaarden vermeld in de artikelen 15 tot en met 20.
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Art. 15.
– § 1. De BOA-organisator is een feitelijke vereniging, een particulier met een ondernemingsnummer, of een rechtspersoon. Beschikt een potentiële BOA-organisator over geen van deze statuten, dan kan de betrokkene als vrijwilliger onder het statuut van vrijwilligerswerk bij het lokaal bestuur een activiteit organiseren.
– § 2. De BOA-organisator beschikt over een visie op de activiteiten in het kader van de webfunctie, met minstens aandacht voor het doel van het eigen aanbod, de positie ervan binnen het bredere lokale BOA-aanbod, en de inclusiviteit van het aanbod. Deze visie wordt vertaald in concrete doelen en acties.
– § 3. De BOA-organisator heeft duidelijke aanspreekpunten en communiceert transparant met het lokaal bestuur, de betrokken scholen, de opvangorganisator en andere partners.
– § 4. De BOA-organisator is zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van de noodzakelijke verzekeringen voor haar activiteiten.
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Art. 16.
– Het aanbod is toegankelijk voor kinderen van alle Tiense scholen.
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
Art. 17.
– De activiteit is een georganiseerde activiteit of een vorm van begeleid vrij spel.
Als het een georganiseerde activiteit is voldoet het aan de volgende elementen:
– De activiteit is gericht op een gezamenlijke ervaring voor de kinderen.
– De activiteiten respecteren het ritme, de interesses en de eigenheid van de kinderen, creëren kansen tot ontmoeting, ontdekking, spel en ontspanning, dragen bij aan verbondenheid tussen kinderen en met hun leefomgeving, en bevorderen waar mogelijk het gebruik en de verwerving van het Nederlands, met respect voor andere talen.
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Art. 18.
– De BOA-organisator zorgt voor voldoende en gekwalificeerde begeleiding in verhouding tot het aantal deelnemende kinderen en de aard van de activiteit.
– Alle medewerkers beschikken over een recent uittreksel uit het strafregister in overeenstemming met artikel 596.2 (‘minderjarigenmodel’).
– De BOA-organisator streeft naar een maximum van 18 kinderen per begeleider. Gemotiveerde afwijkingen zijn mogelijk met voorafgaand akkoord van het lokaal bestuur.
– Begeleiders beschikken over relevante competenties (animatorcursus, initiatorcursus, pedagogische opleiding of vergelijkbaar), hebben aandacht voor groepsdynamiek en welbevinden van kinderen, en kunnen kwaliteitsvolle interacties aangaan. De BOA-organisator kan dit aantonen.
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Art. 19.
– De BOA-organisator maakt transparante afspraken en communiceert vlot met het lokaal bestuur, de betrokken scholen en de opvangorganisator.
– De activiteiten zijn ingebed in de buitenschoolse opvang. Ze starten en eindigen op school, tenzij de specifieke activiteit dit niet toelaat.
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Art. 20.
– De BOA-organisator rapporteert aan het lokaal bestuur over het bereik, de deelname en het verloop van de activiteiten.
– De BOA-organisator evalueert het eigen aanbod en de eigen werking, en doet dit ook in samenwerking met de betrokken partners wanneer daarom gevraagd wordt.
– De resultaten van de evaluatie worden gebruikt om het aanbod bij te sturen en te versterken.
Art. 21. Om erkend te worden in categorie C moet zowel het BOA-initiatief als de BOA-organisator voldoen aan de voorwaarden vermeld in de artikelen 22 tot en met 27.
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Art. 22.
– De BOA-organisator beschikt over een schriftelijke visie op huiswerkbegeleiding, met minstens aandacht voor: het ondersteunen van kinderen bij schoolse taken, het versterken van zelfvertrouwen en leerhouding, het verkleinen van ongelijkheden in onderwijskansen, en het versterken van de Nederlandse taal.
– De huiswerkbegeleiding wordt structureel en in groep aangeboden, bijvoorbeeld via een wekelijks terugkerend aanbod. Occasioneel, individueel of beperkt aanbod volstaat niet.
– De huiswerkbegeleiding is ingebed in de buitenschoolse opvang en wordt georganiseerd op schoollocaties.
– Leerlingen nemen deel op doorverwijzing via scholen (leerlingenbegeleiders, zorgteams) of andere relevante partners.
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Art. 23.
– De huiswerkbegeleiding richt zich prioritair op kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
– De ouderbijdrage voor de huiswerkbegeleiding mag niet hoger zijn dan die van de buitenschoolse opvang.
– Er is bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en het wegwerken van drempels voor deelname.
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
Art. 24.
– De begeleiding vertrekt vanuit de noden en het tempo van het kind, stimuleert zelfstandigheid en leerstrategieën, en integreert taalondersteuning als essentieel onderdeel van de begeleiding.
– Het gebruik van het Nederlands wordt actief gestimuleerd, met respect voor meertaligheid.
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Art. 25.
– Alle begeleiders beschikken over een uittreksel uit het strafregister gericht op het begeleiden van minderjarigen (model 2).
– Begeleiders beschikken over competenties inzake begeleiden, motiveren en ondersteunen van kinderen bij het leren en maken van huiswerk, hebben inzicht in leerprocessen, taalverwerving en studievaardigheden, en kunnen een veilige, stimulerende leeromgeving creëren.
– De begeleiding kan gebeuren door leerkrachten of begeleiders met pedagogische vaardigheden.
– De BOA-organisator staat in voor de coaching, vorming en kwaliteitsbewaking van de begeleiders.
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Art. 26.
– De BOA-organisator werkt nauw samen met scholen, CLB’s en andere onderwijs- of welzijnspartners.
– Er worden duidelijke afspraken gemaakt over doorverwijzing, afstemming en evaluatie.
– De BOA-organisator communiceert transparant met het lokaal bestuur, de betrokken scholen, de opvangorganisator en andere relevante partners.
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Art. 27.
– De BOA-organisator rapporteert aan het lokaal bestuur over het bereik, de deelname en de ervaringen van hun aanbod.
– De BOA-organisator evalueert het eigen aanbod en de eigen werking, en doet dit ook in samenwerking met de betrokken partners op hun vraag.
– De BOA-organisator registreert de deelname van doelgroepkinderen en rapporteert hierover aan het lokaal bestuur.
– De resultaten van de monitoring en evaluatie worden gebruikt om het aanbod continu te verbeteren.
Art. 28. Het voldoen aan de erkenningsvoorwaarden in dit erkenningskader geeft onder geen enkel beding rechtstreeks recht op subsidies of andere financiering.
Art. 29. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om BOA-organisatoren te erkennen.
Art. 30. Er wordt geen aparte erkenningsprocedure voorzien. Er kan wel een procedure tot erkenning ingericht worden die deel is van de procedure die leidt tot het verkrijgen van stedelijke subsidies, onder meer via een overheidsopdracht, een subsidiereglement of een gemeenteraadsbeslissing.
Art. 31. Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden. Het toezicht gebeurt per erkenningscategorie zoals bepaald in de artikelen 33 tot en met 35.
Art. 32. Het lokaal bestuur behoudt zich het recht voor om te allen tijde ter plaatse controle uit te voeren op de naleving van de erkenningsvoorwaarden.
Art. 33.
– De BOA-organisator toont jaarlijks via een rapportage aan dat het BOA-initiatief voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Het lokaal bestuur kan steeds bijkomende documenten opvragen.
– Minimaal één keer per jaar wordt een evaluatieoverleg georganiseerd tussen het lokaal bestuur en de BOA-organisator.
– De concrete modaliteiten en afspraken over het toezicht en de jaarlijkse rapportage worden bij het verlenen van de erkenning samen met de BOA-organisator vastgelegd in een afsprakennota.
– Als tijdens het toezicht tekortkomingen worden vastgesteld, wordt er in overleg met het lokaal bestuur een actieplan opgemaakt. Over de uitvoering van dit actieplan wordt gerapporteerd bij de jaarlijkse rapportage, tenzij het lokaal bestuur een snellere opvolging noodzakelijk acht.
Art. 34.
– Het lokaal bestuur volgt de naleving van de erkenningsvoorwaarden op.
– Als tijdens het toezicht tekortkomingen worden vastgesteld, wordt er in overleg met het lokaal bestuur een actieplan opgemaakt. Over de uitvoering van dit actieplan wordt gerapporteerd aan het lokaal bestuur.
Art. 35.
– De BOA-organisator toont jaarlijks via een rapportage aan dat het BOA-initiatief voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Het lokaal bestuur kan steeds bijkomende documenten opvragen.
– Minimaal één keer per jaar wordt een evaluatieoverleg georganiseerd tussen het lokaal bestuur en de BOA-organisator.
– De concrete modaliteiten en afspraken over het toezicht en de jaarlijkse rapportage worden bij het verlenen van de erkenning samen met de BOA-organisator vastgelegd in een afsprakennota.
– Als tijdens het toezicht tekortkomingen worden vastgesteld, wordt er in overleg met het lokaal bestuur een actieplan opgemaakt. Over de uitvoering van dit actieplan wordt gerapporteerd bij de jaarlijkse rapportage, tenzij het lokaal bestuur een snellere opvolging noodzakelijk acht.
Art. 36. Als na het toezicht wordt vastgesteld dat de BOA-organisator de erkenningsvoorwaarden niet naleeft en er geen verbetering wordt vastgesteld, of als de BOA-organisator het toezicht verhindert, maant het lokaal bestuur de BOA-organisator schriftelijk aan. De aanmaning vermeldt een termijn waarbinnen de BOA-organisator de niet-nageleefde bepalingen moet naleven of aan de vereisten van het toezicht moet voldoen, en kan specifieke voorwaarden bevatten.
Art. 37. Na het verlopen van de termijn vermeld in artikel 36 kan het lokaal bestuur de erkenning opheffen als de BOA-organisator:
– De erkenningsvoorwaarden nog steeds niet naleeft of niet afdoende kan aantonen dat zij worden nageleefd; of
– Het toezicht blijft verhinderen.
Art. 38. Vooraleer de erkenning wordt ingetrokken, brengt het lokaal bestuur de BOA-organisator per aangetekende brief op de hoogte van het voornemen tot opheffing. De BOA-organisator krijgt de kans om te reageren en gebruik te maken van haar hoorrecht, zowel mondeling als schriftelijk.
Art. 39. Bij dringende noodzakelijkheid — meer bepaald wanneer de veiligheid van de kinderen niet meer gegarandeerd kan worden — mag het lokaal bestuur de erkenning onmiddellijk intrekken zonder voorafgaande kennisgeving.
Art. 40. De BOA-organisator kan uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van het voornemen tot opheffing bezwaar aantekenen bij het lokaal bestuur via aangetekende brief. De termijn van dertig dagen gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het lokaal bestuur de kennisgeving met een aangetekende brief aan de postdiensten heeft overhandigd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
Art. 41. De aangetekende brief vermeld in artikel 40 bevat minstens de volgende gegevens:
– De naam en het ondernemingsnummer van de BOA-organisator;
– De motivering van het bezwaar;
– De datum en de handtekening van de BOA-organisator.
Art. 42. Het lokaal bestuur stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien dagen na de datum van ontvangst.
Art. 43. Het bezwaar is ontvankelijk als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Het is tijdig en aangetekend aan het lokaal bestuur bezorgd;
– Het bevat de gegevens vermeld in artikel 41.
Art. 44. Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de beslissing bij dringende noodzakelijkheid is genomen zoals bepaald in artikel 39.