Terug
Gepubliceerd op 16/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

Vaststellen gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Aanwezig: David Geladé, voorzitter
Jonathan Holslag, burgemeester
Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Schepenen
Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, leden
Patricia Willems, algemeen directeur
Verontschuldigd: Dominique Wilmots, lid
Afwezig: Nele Daenen, Eerste schepen
Regelgeving

Bevoegdheid

  • De gecoördineerde Grondwet, artikel 170, §4 dat bepaalt dat geen last of belasting door de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40, §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen waaronder de gemeentelijke belastingen en retributies, vaststelt
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 41, tweede lid, 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, niet kunnen toevertrouwd worden aan het college van burgemeester en schepenen en derhalve tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoren

Juridische context

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
  • Het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
  • Het decreet van 19 april 1995 houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
  • Het decreet van 20 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
  • De Vlaamse codex fiscaliteit van 13 december 2013
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse codex fiscaliteit van 13 december 2013
  • De gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2020 houdende de vaststelling van de belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsgebouwen of bedrijfsruimten
Feiten, context en motivering

Omwille van de financiële behoefte van de stad is het nodig om een belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten te heffen.

De belasting heeft tot nevendoel eigenaars aan te zetten hun bedrijfsgebouwen tijdig te renoveren en in gebruik te (laten) nemen zodat verwaarlozing en/of leegstand wordt vermeden. Uiterlijke verwaarlozing en leegstand zijn immers storend, geven een onveilig gevoel en hebben een negatief effect op de buurt. Ook vanuit economisch oogpunt dient leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten tegengegaan en de aanwending van beschikbare ruimte gestimuleerd te worden.

Voor de periode 2020-2025 inde de stad de belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen op basis van een eigen belastingreglement. De administratie ondervond moeilijkheden bij het uitvoeren van het reglement en het vaststellen van deze belasting. Bovendien bleken de opmaak en het beheer van de gemeentelijke inventaris arbeidsintensief. Vandaar dat dit belastingreglement niet verlengd wordt en vanaf 2026 overgeschakeld wordt op het heffen van opcentiemen op de Vlaamse belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten waartoe de stad wettelijk gemachtigd is. Deze opcentiemen worden samen met de belasting geïnd door de Vlaamse belastingdienst.

Financiële impact/budget

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 RW-FIN/0020-00/730500

Publieke stemming
Aanwezig: David Geladé, Jonathan Holslag, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, Patricia Willems
Voorstanders: David Geladé, Jonathan Holslag, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Anita Savonet
Tegenstanders: Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren
Onthouders: Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Ketty Vanherle
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 8 onthoudingen

Besluit

Enig artikel: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten vast als volgt:

Artikel 1: Belastbare grondslag en belastbare periode

Er worden voor de aanslagjaren 2026-2031 ten voordele van de stad Tienen 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.

Artikel 2: Wijze van inning

De stad doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.

Artikel 3: Inwerkingtreding 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.