Bevoegdheid
Juridische context
De regelgeving bepaalt dat de verzending van aanslagbiljetten kosteloos moet zijn voor de belastingplichtigen (cfr. art. 4, §3, derde lid decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen). De verzending van de aanslagbiljetten moet m.a.w. gedragen worden vanuit de algemene middelen.
Omwille van de volgende redenen is het evenwel aangewezen om kosten aan te rekenen voor de inning van laattijdige betalingen van belastingen, retributies of niet-fiscale vorderingen aan de gemeente:
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het lokaal bestuur administratieve kosten kan aanrekenen voor aangetekende brieven die verzonden worden in het kader van debiteurenbeheer. Die kosten kunnen naast de loutere verzendingskost ook een kost voor de administratieve opvolging van de betaling omvatten. Ze vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
De tarieven zijn gereglementeerd en geplafonneerd door de wijziging van het wetboek van economisch recht. Dit wetboek voorziet in de verplichting om een kosteloze eerste herinnering te sturen en de verplichting om 14 dagen te wachten alvorens eventuele sancties vanwege laattijdige betaling toe te passen. De forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten is geplafonneerd, en stijgt gradueel afhankelijk van de hoogte van het verschuldigde bedrag :
Het tarief van het huidige retributiereglement wordt opgetrokken van 12,50 naar 20,00 euro voor de opmaak en verzending van de tweede (aangetekende) aanmaning en is gratis voor het opmaken van de eerste aanmaning.
Na de tweede (aangetekende) aanmaning volgt de gedwongen invordering via gerechtsdeurwaarder.
De ontvangsten zijn voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op RW-FIN/0111-01/700900 en RW-FIN/0111-00/700901.
Besluit
Artikel 1: Het besluit van de gemeenteraad van 23 mei 2019 houdende een retributie op het versturen van herinneringsbrieven en aanmaningen betreffende fiscale en niet-fiscale invorderingen wordt opgeheven.
Artikel 2: De gemeenteraad stelt het retributiereglement voor de invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen vast als volgt:
Retributiereglement voor de invordering van fiscale en en niet-fiscale vorderingen
Artikel 1
De gemeente stelt een retributie vast voor de inning van laattijdige betalingen van fiscale en en niet-fiscale vorderingen. Dit reglement is van toepassing op alle kosten die gemaakt worden vanaf 1 januari 2026 ongeacht de datum waarop de oorspronkelijke vordering werd gemaakt.
Artikel 2
De retributie wordt geheven gedurende de periode 2026 tot en met 2031.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4
De retributie is verschuldigd door de ondernemingen en natuurlijke personen aan wie een betalingsherinnering wordt gestuurd.
Artikel 5
Volgende tarieven worden gehanteerd voor niet-fiscale vorderingen:
Artikel 6
Volgende tarieven worden gehanteerd voor fiscale vorderingen:
Artikel 7
De retributie wordt mee opgenomen in de aanmaning. Betalingen worden in eerste instantie aangerekend op de verschuldigde aanmaningskosten.
Artikel 8
Klachten of betwistingen moeten binnen een termijn van 30 dagen volgend op de datum van de betalingsuitnodiging per aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen gericht worden (Grote Markt 27, 3300 Tienen) of via e-mail naar inningen@tienen.be gestuurd worden.
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.