Terug
Gepubliceerd op 16/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

Vaststellen retributiereglement op het bovengronds en ondergronds parkeren van motorvoertuigen

Aanwezig: David Geladé, voorzitter
Jonathan Holslag, burgemeester
Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Schepenen
Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, leden
Patricia Willems, algemeen directeur
Verontschuldigd: Dominique Wilmots, lid
Regelgeving

Bevoegdheid

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 170, §4 dat bepaalt dat geen last of belasting door de gemeenten kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad
  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173 dat bepaalt dat, behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, van de burgers geen retributie kan worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen waaronder de gemeentelijke belastingen en retributies, vaststelt
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, niet kunnen toevertrouwd worden aan het college van burgemeester en schepenen en derhalve behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad

Juridische context

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
  • Het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
  • Het besluit van de gemeenteraad van 3 oktober 2002 houdende houdende de retributie op de afgifte van kaarten voor het bewonersparkeren 
  • Het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 houdende vaststelling van het retributiereglement op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg 
Feiten, context en motivering

Het is redelijk en gerechtvaardigd een retributie te heffen voor de afgifte van kaarten voor bewonersparkeren en voor het bovengronds en ondergronds parkeren omdat de houder van een bewonerskaart of de persoon die parkeert, openbaar domein inneemt waarvan de inrichting als parkeerplaats door de stad bekostigd werd (afbakening door lijnen, aankoop en inrichting ondergrondse parking,...).

In het gemeenteraadsbesluit van 3 oktober 2002 werd de retributie op de afgifte van kaarten voor bewonersparkeren vastgesteld op 40 euro voor een volledig jaar of 10 euro voor een periode van 3 maanden. 

In de globale analyse van het mobiliteitsplan zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 29 oktober 2020 werd reeds aangegeven dat de hoge parkeerdruk in het centrum mede veroorzaakt wordt door het hoge aantal bewonerskaarten. Om het aantal beschikbare parkeerplaatsen in overeenstemming te brengen met het aantal bewonerskaarten werd een gedifferentieerd parkeerbeleid met onder meer de evolutie naar de uitgifte van maximaal 1 bewonerskaart per gezin tegen 2030, opgenomen. De aantallen uitgegeven bewonersparkeerkaarten per wooneenheid worden op dit ogenblik echter niet verminderd en blijven beperkt tot twee per wooneenheid. 

Het verhogen van het tarief voor een bewonerskaart en differentiatie van het retributiebedrag ligt in lijn van deze doelstelling. Gegeven een bovengrondse parkeerplaats een ingeschatte kost heeft van +/- 7500 euro (bouw + grond voor parkeerplaats van 25m2), is het billijk dat er hier een retributie tegenover staat.  De tarieven worden bijgevolg aangepast voor een maximum van 2 bewonerskaarten per wooneenheid: 

  • eerste kaart met tarief van 75 euro voor een jaar of 18,75 euro voor 3 maanden

  • tweede kaart met tarief van 200 euro voor een jaar of 50 euro voor 3 maanden.

De retributie is verschuldigd door de titularis van de uitgereikte kaart en dient te worden betaald bij afgifte van de kaart.  Indien de bewonerskaart benut wordt voor een termijn die kleiner is dan de termijn waarvoor de kaart werd uitgereikt, blijft de retributie volledig verschuldigd, ongeacht of de titularis, om welke reden ook, gehouden is de uitgereikte bewonerskaart aan het stadsbestuur terug te bezorgen.  

Financiële impact/budget

De ontvangsten zijn voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op AP08-ACT03/0220-00/700580.

Publieke stemming
Aanwezig: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, Patricia Willems
Voorstanders: Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Anita Savonet
Tegenstanders: Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ketty Vanherle
Onthouders: Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 7 onthoudingen, 1 niet gestemd

Besluit

Artikel 1: Het besluit van de gemeenteraad van 3 oktober 2002 houdende het vaststellen van de retributie op de afgifte van kaarten voor het bewonersparkeren wordt opgeheven met ingang op 1 januari 2026.

Artikel 2: Het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 houdende het vaststellen van het retributiereglement op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg wordt opgeheven met ingang op 1 januari 2026.

Artikel 3: De gemeenteraad stelt het retributiereglement op het bovengronds en ondergronds parkeren van motorvoertuigen vast als volgt:

 

Retributiereglement op het bovengronds en ondergronds parkeren van motorvoertuigen


Artikel 1

Met ingang op 1 januari 2026 wordt een retributie ingevoerd op het bovengronds en ondergronds parkeren van motorvoertuigen, op die plaatsen en tijdstippen waarop het parkeren geregeld wordt door parkeermeters of -automaten. De parkeertijd wordt beperkt overeenkomstig de gebruiksmodaliteiten die op de meters en automaten worden aangebracht.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder:

Zone

Straten en pleinen

TIE1

Grote Markt

TIE2

Veemarkt

TIE3

Sint-Jorisplein (tot aan standbeeld)

TIE4

Hennemarkt, Leuvensestraat, Nieuwstraat

TIE5

Gilainstraat, Grote Bergstraat, Wolmarkt, Peperstraat, Beauduinstraat,
Kalkmarkt, Minderbroedersstraat, ‘t Schip

TIE6

Kliniekstraat, Oude Leuvensestraat, Vierde Lansierslaan (gedeelte tussen
stationsplein en Steenwegstraat), Violetstraat (gedeelte tussen
 Delportestraat en Leuvensestraat), Dr. J. Geensstraat, Oude Vestenstraat,
Alexianenweg, Academiestraat, O.L.V.-Broedersstraat, Kapucijnenplein,
Torsinplaats

Artikel 3

De retributie is verschuldigd door de persoon die het voertuig parkeert. Indien deze niet gekend is, is de retributie verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig.

Artikel 4

a) De retributie voor het bovengronds parkeren is verschuldigd alle werkdagen en op de zaterdagen tussen 9 uur en 18 uur.

Voor de eerste 30 minuten van het parkeren wordt evenwel een vrijstelling van retributie toegestaan. Een vrijstelling wordt eveneens toegestaan voor de eerste twee uren parkeren op de drie laatste vrijdagen en zaterdagen van december.

De retributie voor het bovengronds parkeren is evenmmin verschuldigd op zon- en feestdagen, inclusief de feestdag van de Vlaamse gemeenschap.

Deze modaliteiten worden op de parkeermeters/automaten aangebracht.

b) De retributie voor het ondergronds parkeren is alle dagen verschuldigd, inclusief de zon- en feestdagen, gedurende 24 uur. Deze modaliteit wordt op de parkeerautomaten aangebracht.

Er wordt geen vrijstelling van retributie toegestaan voor de eerste 30 minuten van het parkeren noch voor de eerste twee uren parkeren op de drie laatste vrijdagen en zaterdagen van december.

Artikel 5

a) De bestuurder mag een bovengrondse parkeerplaats innemen voor een maximum tijdsduur van 3 uur. In dit geval bedraagt de retributie in de straten met parkeerplaatsen waar het parkeren geregeld wordt door parkeermeters of -automaten: 

Zone

Tarief

Per begonnen schijf van:

TIE1

0,10 euro

4 minuten

TIE2

0,10 euro

4 minuten

TIE3

0,10 euro

6 minuten

TIE4

0,10 euro

4 minuten

TIE5

0,10 euro

4 minuten

TIE6

0,10 euro

6 minuten

b) De bestuurder mag een ondergrondse parkeerplaats innemen voor onbeperkte duur. In dit geval bedraagt de retributie:

Tijdsperiode

Tarief

Per begonnen schijf van:

Tussen 9 uur en 18 uur

1 euro

1 uur

Na 18 uur en voor 9 uur de volgende dag

0,50 euro(1)

1 uur

24-uurticket

9 euro

24 uur

 

 

 

Maandabonnement voor parkeren tussen 18 uur en de volgende ochtend 8 uur.

30 euro per maand

 

Maandabonnement voor parkeren tussen 7u en 19u

70 euro per maand(2)

 

Kwartaalabonnement voor parkeren tussen 7u en 19u

200 euro per kwartaal(2)

 

Maandabonnement (altijd geldig)

80 euro per maand(2)

 

Kwartaalabonnement (altijd geldig)

230 euro per kwartaal(2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Voor het parkeren na 18 uur en voor 9 uur geldt er een maximaal te betalen retributie van 3 euro.

(2) De maand- en kwartaalabonnementen zijn beperkt in aantal en worden toegekend in volgorde van aanvraag. Het totaal aantal beschikbare maand- en kwartaalabonnementen kan wijzigen al naargelang de evolutie van de algemene bezettingsgraad van de parkeergarage. Het aantal beschikbare abonnementen op elk moment is afhankelijk van het totaal aantal beschikbare abonnementen en het aantal reeds in omloop zijnde abonnementen. Bezitters van een maand- of kwartaalabonnement hebben gedurende een beperkte periode voorrang om hun maand- of kwartaalabonnement te verlengen. Indien niet verlengd voor het einde van voornoemde periode, worden deze abonnementen opnieuw opengesteld als beschikbaar voor nieuwe abonnees.

Bij verlies van het afgeleverde parkeerticket voor ondergronds parkeren dient er bij het uitrijden een vervangticket te worden aangeschaft waarvoor een forfaitaire retributie wordt aangerekend van 15 euro per begonnen dag.

Artikel 6

De bestuurder die langer dan drie uren bovengronds wil parkeren, mag de bovengrondse parkeerplaats zoals beschreven onder artikel 1 innemen voor een tijdsbestek van maximum 4 uur 30 minuten, hetzij de voormiddag van 9 uur tot 13 uur 30, hetzij de namiddag van 13 uur 30 tot 18 uur. Hiervoor wordt een retributie gevraagd van 25 euro.

Artikel 7

a) De retributies waarvan sprake in artikel 5, a) moeten worden betaald als volgt:

- door het inbrengen van de nodige muntstukken, in de waarden 10, 20 en 50 eurocent, en 1 en 2 euro, in de parkeermeter/automaat, of door het gebruik van de betaalkaart, volgens de instructies die op de parkeermeters/automaten worden weergegeven;

- via de mobiele telefoon (sms en QR-code).

Wanneer de reglementaire parkeertijd wordt geregistreerd en gecontroleerd aan de hand van de door de bestuurder ingevoerde kentekenplaat, hetzij via SMS, app of parkeerautomaat, is het plaatsen van een parkeerticket niet verplicht.

In de gevallen dat er een parkeerticket afgeleverd wordt op het ogenblik van het nemen of van de betaling ervan, geldt dit parkeerticket als ontvangstbewijs en moet het door de bestuurder duidelijk zichtbaar en leesbaar worden aangebracht achter de voorruit van zijn aldus geparkeerd voertuig.

b) De retributies waarvan sprake in artikel 5, b) moeten worden betaald door het gebruik van de betaalkaart aan de ondergrondse parkeerautomaat, volgens de instructies die op de parkeerautomaat worden weergegeven, of bij het uitrijden aan het kaartlezertoestel.

Het maandabonnement, geldig voor parkeren tussen 18 uur en 8 uur de volgende ochtend gedurende één maand, kan worden aangekocht in de parkeershop of online via de website.

Artikel 8

De retributie waarvan sprake in artikel 6 moet worden betaald als volgt:

- onmiddellijk aan de parkeermeter/automaat, door het inbrengen in het apparaat van de verschuldigde retributie door middel van de nodige geldstukken of met behulp van een betaalkaart, volgens de richtlijnen aangebracht op de toestellen. Het hierbij door het toestel afgeleverde parkeerticket geldt als ontvangstbewijs;

- bij de bevoegde parkeerwachter, tegen afgifte van een ontvangstbewijs;

- in die gevallen waar de bestuurder in de onmogelijkheid verkeert de retributie ter plaatse te regelen: door middel van een parkeerbiljet, dat op verzoek van de bestuurder die parkeert door de parkeerwachter op de voorruit wordt aangebracht. Dit parkeerbiljet geldt als bewijs van rechtmatig parkeren. In dit geval moet de verschuldigde retributie worden voldaan binnen de vijf dagen, door storting of overschrijving, overeenkomstig de instructies die de dienstdoende beambte op de voorruit heeft aangebracht;

- via de mobiele telefoon (sms en QR-code).

Artikel 9

De gebruiker die bij het gebruik van de parkeermeter/automaat de slechte werking of het defect van deze meter of automaat vaststelt dient de verschuldigde retributie te voldoen door gebruik te maken van een werkende parkeermeter/automaat in de zichtbare nabijheid van de door hem gekozen afgebakende parkeerplaats.

In geval van overmacht, door het ontbreken van een onbeschadigde parkeermeter in de zichtbare nabijheid van de gekozen parkeerplaats, zal de bestuurder deze  parkeerplaats enkel mogen innemen mits het zichtbaar en leesbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf zoals bepaald in artikel 27.1.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975.

Artikel 10

De gemeentelijke parkeerkaart ‘bewoners’ is een kaart die de houder vrijstelt van het betalen van parkeergelden.

Gemeentelijke parkeerkaart ‘bewoners’ : Een gedomicilieerde inwoner kan een bewonerskaart aanvragen voor het voertuig dat op zijn/haar naam ingeschreven staat of waarvan hij/zij de vaste bestuurder is indien de inwoner woonachtig is in een zone waar betalend parkeren geldt of een beperkte parkeertijd geldt (blauwe zone). Elke bewonerskaart is in een bepaalde selectie van straten geldig. Deze selectie wordt gemaakt door het college van burgemeester en schepenen.

Inwoners met een gemeentelijke parkeerkaart ‘bewoners’ die geldig is voor betrokken zone of straat zijn de retributie niet verschuldigd voor het parkeren in zones waar bewonersparkeren van toepassing is.

Kostprijs voor het bekomen van een gemeentelijke parkeerkaart ‘bewoners’ per wooneenheid:

  • 1ste kaart: 75 euro per jaar of 18,75 euro voor 3 maanden;
  • 2de kaart: 200 euro of 50 euro voor 3 maanden.

De retributie is verschuldigd door de titularis van de uitgereikte kaart en dient te worden betaald bij afgifte van de kaart. Indien de bewonerskaart benut wordt voor een termijn die kleiner is dan de termijn waarvoor de kaart werd uitgereikt, blijft de retributie volledig verschuldigd, ongeacht of de titularis, om welke reden ook, gehouden is de uitgereikte bewonerskaart aan het stadsbestuur terug te bezorgen.

Artikel 11

De medici, paramedici en leden van het verplegend personeel die huisbezoeken afleggen kunnen de retributie op het bovengronds parkeren eveneens voldoen door voorafgaande aankoop van een jaarabonnement voor betalend parkeren, tegen betaling van 75 euro in de parkeershop, bij de bevoegde parkeerwachter of online via de website.

Aan elk persoon, behorend tot de beroepscategorieën vermeld in het eerste lid, zal slechts één jaarabonnement worden verstrekt, verbonden aan één enkel voertuig, waarvan de nummerplaatgegevens op het abonnement zullen worden geregistreerd.

Op de plaatsen waar het betalend parkeren verplicht gesteld is, kunnen deze categorieën bestuurders hun voertuig reglementair parkeren door het aanbrengen van dit abonnement aan de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De maximum parkeerduur bedraagt in dit geval 4 u 30, en dit onder voorwaarde van het aanbrengen van de parkeerschijf zoals bepaald in artikel 27.1.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975, die de aanvangstijd van de parkeerduur aanduidt.

Bij het niet naleven van deze verplichtingen zal de medicus/paramedicus/lid van het verplegend personeel, bestuurder van het voertuig, geacht worden te hebben gekozen voor de retributie zoals bepaald in artikel 6 van dit reglement.

Artikel 12

Personen met een handicap die houder zijn van de speciale kaart, afgeleverd door een officiële instantie overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, mogen gratis en voor onbeperkte duur bovengronds parkeren op de plaatsen die beheerd worden door parkeermeters/automaten.

Hun officiële kaart moet echter duidelijk zichtbaar en leesbaar aangebracht worden achter de voorruit van hun geparkeerd voertuig.

Artikel 13

a)Ten uitzonderlijke titel zal een vrijstelling van retributie gelden voor de elektrische voertuigen die parkeren op de afgebakende parkeerplaatsen aangeduid door middel van een verkeersbord E9b voorzien van een onderbord met vermelding autodelen + onderbord type VIIb, en dit op vertoon van de hiertoe bestemde parkeerkaart, uitgereikt voor de leden van een erkende autodeelvereniging en die zichtbaar en leesbaar achter de voorruit van het geparkeerde voertuig moet worden aangebracht. Voor deze reglementair geparkeerde voertuigen is de parkeerduur onbeperkt.

Onder autodelen wordt verstaan: een gebruikssysteem van een voertuig zoals omschreven in artikel 2.50 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Bij het zichtbaar ontbreken of het onleesbaar aanbrengen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde parkeerkaart in voertuigen, die parkeren op de aldaar omschreven parkeerplaatsen voorbehouden voor autodelen, wordt voor deze voertuigen een forfaitaire retributie geheven van € 25 per aangevangen parkeerperiode van 4 u 30.

b)In uitvoering van de huurovereenkomst met de Regie der Gebouwen voor de huisvesting van het vredegerecht worden er 6 speciale “parkeerkaarten vredegerecht” ter beschikking gesteld van het personeel van deze instelling. Op de plaatsen waar het betalend parkeren verplicht gesteld is, kan deze categorie bestuurders hun voertuig gratis en voor onbeperkte duur parkeren door het zichtbaar en leesbaar aanbrengen van deze parkeerkaart achter de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Na openstelling van de ondergrondse parking Tienen Centrum zal deze parkeerkaart enkel gelden in deze ondergrondse parking.

Artikel 14

Overeenkomstig het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer moet het voertuig de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de toegestane parkeertijd.

Artikel 15

De bestuurder of, indien deze niet gekend is, de eigenaar van het voertuig dat zich op een afgebakende parkeerplaats bevindt maar waarvan de geldigheidsduur van het parkeren verstreken is dan wel bij gebrek aan het invoeren van de kentekenplaat of het zichtbaar en leesbaar aanbrengen van een parkeerticket, zal bij controle door de dienstdoende beambte geacht worden gekozen te hebben voor de retributie zoals omschreven in artikel 6 van onderhavig reglement. Het verschuldigde bedrag van deze retributie dient te worden vereffend binnen de vijf dagen nadat het feit zich heeft voltrokken, overeenkomstig de bepalingen uiteengezet onder artikel 8.

Artikel 16

Bezwaren, ingediend door gebruikers die, niettegenstaande het heffen van de retributie, toch niet mogen parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur, of in geval van verplichte evacuatie van de voertuigen op politiebevel, zijn onontvankelijk.

Artikel 17

Het parkeren van een motorvoertuig op een plaats beheerd door parkeermeters/automaten gebeurt op het risico van de gebruiker of, indien deze niet gekend is, van degene onder wiens naam het voertuig is ingeschreven. Het stadsbestuur kan onder geen enkel beding aansprakelijk gesteld worden voor schade aan of diefstal van of in het voertuig gedurende het tijdsbestek dat dit de afgebakende parkeerplaats bezet.

Artikel 18

Er wordt eveneens een retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg, of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een blauwe zonereglementering van toepassing is.

Op plaatsen waar een reglementering, waarvan sprake in het eerste lid, van toepassing is, dient de door de gebruiker gewenste parkeerduur kenbaar te worden gemaakt door middel van het zichtbaar en leesbaar aanbrengen van een parkeerschijf achter de voorruit van het voertuig, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975.

Artikel 19

De retributie voor het kortparkeren wordt als volgt vastgesteld:

  • tarief 1: gratis voor de maximale duur van 30 minuten met gebruik van blauwe schijf
  • tarief 2: 25 euro voor een periode van 4 uur zodra de maximale duur zoals bepaald tarief 1 wordt overschreden

Wanneer de maximale parkeertijd van 30 minuten verstreken is, wordt de houder van de nummerplaat geacht te kiezen voor tarief 2 (25 euro voor 4 uur parkeren). Deze keuze volgt uit het verlopen van de parkeerduur met gebruik van de blauwe schijf waardoor blijkt dat de bestuurder het voertuig langer dan 30 minuten niet verplaatst heeft. De uitnodiging tot het betalen van de retributiebon wordt gericht aan de houder van de nummerplaat van het betrokken voertuig.

Artikel 20

De retributie waarvan sprake in artikel 17 en 18 wordt als volgt vastgesteld:

-vrijstelling voor het tijdsbestek vermeld op de parkeerschijf die naar buiten toe zichtbaar en leesbaar in het geparkeerde voertuig is aangebracht;

-een forfaitair bedrag van 25 per dag bij het ontbreken of niet reglementair plaatsen van de parkeerschijf, en voor elk periode die langer is dan het tijdsbestek vermeld op de parkeerschijf die naar buiten toe zichtbaar en leesbaar in het geparkeerde voertuig is aangebracht.

In die gevallen dat een retributie verschuldigd is brengt de dienstdoende beambte een uitnodiging aan op de voorruit van het voertuig om de retributie binnen de vijf dagen te betalen. 

Deze reglementering is niet van toepassing op de bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 18 december 1991 zichtbaar en leesbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig.

Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis. Het statuut van “persoon met een handicap” wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999.

Artikel 21

Het stadsbestuur kan alle maatregelen treffen om het parkeren op afgebakende parkeerplaatsen waar het parkeren onderworpen is aan de betaling van de retributie in uitzonderlijke omstandigheden te verbieden, te beperken of voor te behouden.

Artikel 22

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.