Bevoegdheid
Juridische context
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het gemeentebestuur voorziet een uitgebreide dienstverlening op diverse vlakken van het openbaar leven (openbare netheid, mobiliteit, leefmilieu, maatschappelijke dienstverlening, evenementen, veiligheidsbeleid, ruimtelijke ordening,…). Het is verantwoord een bijkomende algemene stadstaks te heffen als tussenkomst van de burger in de uitgaven van deze openbare dienstverlening.
De gemeente erkent dat alleenstaanden, in vergelijking met meerpersoonsgezinnen, een aanzienlijk beperkter gebruik maken van de gemeentelijke openbare dienstverlening. In het kader van een sociaal rechtvaardig belastingbeleid is de gemeente er zich bovendien van bewust dat alleenstaanden een beperktere financiële draagkracht bezitten en de volledige last van hun huishouden op één inkomen dragen hetgeen resulteert in een relatief zwaardere belastingdruk in vergelijking met meerpersoonshuishoudens. Derhalve betaamt het om een lager belastingtarief toe te passen voor alleenstaanden.
Personen met een verhoogde tegemoetkoming hebben vaak een laag of beperkt besteedbaar inkomen als gevolg van hun sociale of medische situatie. Met het oog op het bevorderen van sociale gelijkheid en het voorkomen van een disproportionele financiële last voor deze kwetsbare groep, wordt een vermindering van de algemene stadstaks toegekend. Deze maatregel sluit aan bij het beleidsdoel om de toegang tot gemeentelijke diensten en voorzieningen voor iedereen haalbaar en billijk te houden, ongeacht de persoonlijke en financiële omstandigheden.
De ontvangsten worden geboekt op RW-FIN/0020-00/738000.
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het reglement algemene stadstaks vast als volgt:
Reglement algemene stadstaks
Het belastbaar feit
Artikel 1
De gemeente heft een algemene stadstaks.
De heffingstermijn
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
3.1. Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder gezin:
3.1.1. Een persoon die gewoonlijk alleen leeft (alleenstaande)
3.1.2. Een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk in eenzelfde woning of in een gedeelte ervan verblijven en er samenleven.
3.2. Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering, de verhoogde verzekeringstegemoetkoming zoals bepaald in art. 37, § 19 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, met latere wijzigingen.
De belastingsplichtige
Artikel 4
De belastingplichtige is ieder gezin dat op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd is in de stad Tienen in een gebouw of in een gedeelte ervan, ongeacht of het gezin huurder of eigenaar is.
De belasting wordt gevestigd op naam van de referentiepersoon van het gezin. De samenstelling en de referentiepersoon van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar blijkt uit de bevolkings- en vreemdelingenregisters.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt de belasting ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De meerderjarige leden van het gezin alsook de erfgenamen ingeval van overlijden van de belastingplichtige, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en aanslagvoet
Artikel 6
6.1. Het jaarlijkse belastingbedrag wordt vastgesteld als volgt:
· 95 euro voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 3.1.1. (alleenstaande);
· 190 euro voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 3.1.2. (gezinnen).
6.2. Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004). Ze wordt op 1 januari aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens onderstaande formule:
(gezondheidsindex december van het voorgaand jaar x basistarief 2026)
gezondheidsindex december 2025
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
6.3. Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027.
6.4. De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat het belastingbedrag naar beneden wordt bijgesteld.
Artikel 7
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Het feit dat in het loop van het aanslagjaar de verblijfplaats, de referentiepersoon of de samenstelling van het gezin wijzigt, heeft geen invloed op de belastingplicht en geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering.
Verminderingen
Artikel 8
8.1. De gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar behoren tot één van de volgende categorieën genieten een belastingvermindering van 20,00 euro:
· voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 3.1.1. (alleenstaande): indien de alleenstaande in aanmerking komt voor een verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering op 1 januari van het belastingjaar;
· voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 3.1.2. (gezinnen): indien minstens één gezinslid (niet cumulatief) in aanmerking komt voor een verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering op 1 januari van het belastingjaar.
8.2. Het bedrag van de vermindering wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004). Ze wordt op 1 januari aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens onderstaande formule:
(gezondheidsindex december van het voorgaand jaar x basistarief 2026)
gezondheidsindex december 2025
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
8.3. Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027.
8.4. De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat de belastingvermindering naar beneden wordt bijgesteld.
Wijze van invordering
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De aanslagbiljetten worden schriftelijk of via e-box verzonden aan de belastingplichtige.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 11
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.
Het bezwaarschrift moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° het wordt schriftelijk ingediend;
2° het wordt ondertekend;
3° het wordt gemotiveerd.
Bezwaren moeten per aangetekend brief worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 27, 3300 Tienen, of via mail naar inningen@tienen.be.
Betaling
Artikel 12
De belasting moet betaald worden binnen een termijn van twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.