Bevoegdheid
Juridische context
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden geplaatst langs de openbare weg of zichtbaar vanop de openbare weg beïnvloeden het straatbeeld. De gemeente heeft kosten aan het beheer, onderhoud en toezicht van de openbare ruimte. Het is redelijk dat degenen die financieel voordeel halen uit reclame in de openbare ruimte bijdragen aan deze kosten.
De belasting heeft mede tot doel het voorkomen van een overmaat aan publiciteit in het straatbeeld en aantasting van het historische of esthetische karakter van een gebied.
Zonder belasting zouden ondernemers die in de openbare ruimte adverteren een concurrentievoordeel kunnen hebben ten opzichte van anderen die hun reclame op private grond of via betaalde media plaatsen. De belasting bevordert een gelijk speelveld. De heffing bevordert aldus marktneutraliteit tussen ondernemers die gebruik maken van de openbare ruimte voor reclame en degenen die voor reclame commerciële tarieven betalen bij private partijen.
Verlichte aanplakborden hebben, door hun intensieve visuele uitstraling en voortdurende zichtbaarheid – ook in de avonduren –, een aanzienlijk grotere invloed op het straatbeeld dan niet-verlichte borden. Daarnaast bieden verlichte publiciteitsobjecten de gebruiker een groter bereik en daarmee een hogere economische waarde. Zij genereren immers meer aandacht en publicitaire opbrengst, doordat zij ook buiten daglichturen zichtbaar zijn.
Het is dan ook redelijk dat voor verlichte aanplakborden een hoger belastingtarief wordt gehanteerd. Dit hogere tarief weerspiegelt enerzijds het grotere profijt dat de gebruiker behaalt uit het gebruik van de openbare ruimte voor commerciële doeleinden, en anderzijds de zwaardere belasting die deze borden vormen voor het straatbeeld in Tienen.
Bovendien heeft het hogere tarief een sturend karakter: door verlichte aanplakborden zwaarder te belasten, wordt beoogd het aantal en de intensiteit van lichtreclame te beperken. Daarmee draagt de regeling bij aan de bescherming van het nachtelijke straatbeeld en de voorkoming van lichtvervuiling.
De vrijstellingsgronden opgenomen in artikel 6 zijn gebaseerd op de maatschappelijke en economische functie die deze vormen van publiciteit vervullen. Ze dragen bij aan de veiligheid, transparantie, sociale cohesie en economische groei binnen de gemeenschap. Elke vrijstelling is afgestemd op een specifiek publiek belang of wettelijke verplichting en zorgt ervoor dat belangrijke communicatie en activiteiten niet belemmerd worden door een belasting die anders onterecht zou kunnen fungeren als obstakel.
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op RW-FIN/0020-00/734220.
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het belastingreglement op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden zichtbaar vanaf de openbare weg als volgt vast:
Belastingreglement op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden zichtbaar vanaf de openbare weg
Belastbaar feit
Artikel 1
De gemeente vestigt een jaarlijkse belasting op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden geplaatst op het grondgebied van de stad Tienen langs de openbare weg of op een plaats zichtbaar vanaf de openbare weg.
Heffingstermijn
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Belastingplichtige
Artikel 4
Belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het gebruiksrecht op het aanplakbord. Als de gebruiker niet gekend is, dan is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de grond, het gebouw, de muur, de afsluiting of andere constructie waarop het bord zich bevindt.
Berekeningswijze en tarief
Artikel 5
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, ongeacht de datum van plaatsing of verwijdering van het aanplakbord. Ze wordt vastgesteld als volgt:
Voor de berekening van de belasting wordt als nuttige oppervlakte de oppervlakte die voor reclame kan worden gebruikt, in aanmerking genomen te worden, met uitzondering van de omlijsting. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter.
Als het aanplakbord een onregelmatige vorm heeft, of voor publiciteit op (gedeelten van) muren en omheiningen, wordt een rechthoek gevormd waarvan de zijden horizontaal en verticaal door de uiterste punten van de reclame gaan. Ruimte tussen letters, woorden en/of beelden wordt niet afgetrokken.
Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004). Het bedrag wordt op 1 januari aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens volgende formule: gezondheidsindex december van het voorgaand jaar x basistarief 2026/gezondheidsindex december 2025.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Er wordt voor het eerst geïndexeerd op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
Vrijstellingen
Artikel 6
Onderstaande aanplakborden zijn van de belasting vrijgesteld:
Wijze van invordering
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De aanslagbiljetten worden schriftelijk of elektronisch verzonden aan de belastingplichtige.
Aangifteplicht
Artikel 8
De belastingplichtige moet, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, aangifte doen van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de belastbare grondslag en het belastbaar feit op het door de gemeente voorgeschreven aangifteformulier. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, doet het nodige om dit op eenvoudig verzoek te bekomen en aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar.
Belastingverhoging
Artikel 9
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen .
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan 25% van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 10
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.
Het bezwaarschrift moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° het wordt schriftelijk ingediend;
2° het wordt ondertekend;
3° het wordt gemotiveerd.
Bezwaren moeten per aangetekend brief worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 27, 3300 Tienen, of via mail naar inningen@tienen.be worden verstuurd.
Betaling
Artikel 11
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Inwerkingtreding
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.