Terug
Gepubliceerd op 16/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

Vaststellen belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen

Aanwezig: David Geladé, voorzitter
Jonathan Holslag, burgemeester
Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Schepenen
Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, leden
Patricia Willems, algemeen directeur
Verontschuldigd: Dominique Wilmots, lid
Regelgeving

Bevoegdheid

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 170, §4 dat bepaalt dat geen last of belasting door de gemeenten kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen waaronder de gemeentelijke belastingen en retributies, vaststelt
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies, inclusief verminderingen en vrijstellingen, niet kunnen toevertrouwd worden aan het college van burgemeester en schepenen en derhalve tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoren

 Juridische context

  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
  • Het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
  • Het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen met alle latere wijzigingen.
  • Het decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn uitvoeringsbesluiten
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
  • Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invorderingen van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
  • De gemeenteraadsbeslissing van 25 juni 2020 houdende de vaststelling van de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen
Feiten, context en motivering

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Het is noodzakelijk om aanvragers van een omgevingsvergunning voldoende parkeerplaatsen te laten voorzien op eigen privaat terrein, aangezien de toenemende constructie van onder andere meergezinswoningen, handelspanden en kantoren een verhoging van de inname van en de parkeerdruk op het openbaar domein tot gevolg heeft.

De stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg bepaalt inzake parkeervoorzieningen het aantal parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen dat de aanvrager verplicht dient aan te leggen. In een aantal gevallen van bouwen en verbouwen van gebouwen wordt niet voldaan aan de voorwaarden van deze verordening. De stad acht het daarom noodzakelijk om een belasting te heffen op het ontbreken van parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen, bij het uitvoeren van bestemmingswijzigingen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken, evenals bij het wijzigen van de bestemming van de parkeerplaatsen.

De belasting wordt vastgesteld per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats. Het aantal ontbrekende of niet behouden parkeerplaatsen wordt berekend volgens de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

Er is vrijstelling van belasting voor verbouwingswerken en bestemmingswijzigingen aan gebouwen die beschermd zijn als monument. De meeste beschermde monumenten zijn gelegen in het historisch centrum van de stad. Het aanleggen van parkeerplaatsen kan het historische karakter en de uitstraling van het monument aantasten, leiden tot visuele vervuiling of fysieke schade aan het erfgoed en strijdig zijn met het doel van de bescherming, namelijk het behouden van de authenticiteit en integriteit van het monument en zijn omgeving. Vaak is er ook geen ruimte om buitenruimtes in te richten als parkeerplaats of is het niet wenselijk (bijvoorbeeld in binnentuinen) om deze in te richten als parkeerplaats.

Voor infrastructuur voor sportbeoefening en voor beeldende en podiumkunsten kan een vrijstelling van belasting worden toegekend als er in de omgeving voldoende openbare parkeermogelijkheid aanwezig is. Aangezien het gebruik van dergelijke infrastructuur zich grotendeels buiten de kantooruren situeert, is het mogelijk bestaande parkeerplaatsen te benutten op momenten dat er plaatsen beschikbaar zijn. Voor locaties binnen het centrum is het bovendien moeilijk haalbaar om een eigen grote parking aan te leggen omwille van grotere bebouwingsdichtheid.

Voor studentenhuisvesting wordt een vrijstelling verleend omdat ervan uitgegaan wordt dat er dankzij vlotte treinverbindingen vanuit Tienen met universiteiten en hogescholen gebruik zal gemaakt worden van het openbaar vervoer. Studentenhuisvesting heeft een beperkte impact op de parkeerdruk: zo bezit 24% de leeftijdsgroep tussen 6 tot 24 jaar een abonnement van de lijn tegenover 3,5% in de leeftijdsgroep 25 tot 64-jarigen.

Financiële impact/budget

De ontvangsten worden voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op RW-FIN/0020-00/737300.

Publieke stemming
Aanwezig: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, Patricia Willems
Voorstanders: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Anita Savonet
Tegenstanders: Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Els Moyens, Bernard Vandereyken, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ketty Vanherle
Resultaat: Met 20 stemmen voor, 12 stemmen tegen

Besluit

Enig artikel: De gemeenteraad stelt het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen vast als volgt:

 

Belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen


Belastbaar feit

Artikel 1

De gemeente heft een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen, bij het uitvoeren van bestemmingswijzigingen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken, evenals bij het wijzigen van de bestemming van de parkeerplaatsen.

Heffingstermijn

Artikel 2

De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

Definities

Artikel 3

Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:

- parkeerplaats:

  • een gesloten garage waarvan de minimum afmetingen 5,00m lang en 2,75m breed en een vrije hoogte van 2,30m zijn;
  • een standplaats in een overdekte ruimte waarvan de minimum afmetingen 5,00m lang en 2,50m breed en een vrije hoogte van 2,30m zijn;
  • een standplaats in open lucht, omdat deze, meer dan de overdekte door allerhande voertuigen zullen worden gebruikt minimum 5,50m x 2,50m.

De standplaatsen dienen rechtstreeks toegankelijk te zijn langs een weg van minimum:

  • 7m breedte als de standplaats een hoek van 90° vormt met die weg;
  • 5m breedte als de standplaats een hoek van 60° vormt met die weg;
  • 4m breedte als de standplaats een hoek van 45° vormt met die weg;
  • 3,5m breedte als de standplaats een hoek van 30° vormt met die weg.

- parkeerplaatsen voor gehandicapten: de inplanting en afmetingen hiervan worden geregeld in de gewestelijke verordening toegankelijkheid.

- aanleg van parkeerplaatsen:

- het bouwen van een nieuwe parkeerplaats;

- het in volle eigendom bezitten of verwerven van een bestaande parkeerplaats, die enerzijds voldoet aan de voorwaarden van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg en anderzijds nog niet in aanmerking genomen werd voor het bekomen van een vergunning. Parkeerplaatsen welke in overtreding aangelegd werden komen niet in aanmerking om als bestaande parkeerplaats te worden beschouwd.

Onder het aanleggen van een parkeerplaats mag niet verstaan worden het huren van een parkeerplaats.

De parkeerplaatsen moeten aangelegd worden of voorzien zijn op het bouwperceel zelf waarop het hoofdgebouw zal komen, ofwel op een perceel of in een gebouw dat gelegen is of zich bevindt binnen een straal van 400 m gemeten vanaf de grenzen van het bouwperceel. De afstanden worden gemeten in vogelvlucht vanaf de grenzen van de percelen volgens het kadasterplan.

De parkeerplaatsen kunnen slechts aangelegd worden op het gedeelte van het bouwperceel dat volgens de stedenbouwkundige voorschriften voor aanleg van deze parkeerplaatsen in aanmerking komt.

Alle parkeerplaatsen moeten indien mogelijk langs één gemeenschappelijke toegang op de openbare weg uitmonden.

Belastingplichtige

Artikel 4

De belastingplichtige is de houder van de omgevingsvergunning die één of meer van de in deze vergunning begrepen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd, ongeacht of de houder een afwijking bekomen heeft door het college van burgemeester en schepenen van de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

De belasting is eveneens verschuldigd door de eigenaar indien de bestemming van de parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.

Berekeningswijze en tarief

Artikel 5

De belasting bedraagt 10.000 euro per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats.

Artikel 6

De belasting is verschuldigd één jaar nadat het hoofdgebouw onder dak staat, de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is of het gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt.

De vaststelling dat het gebouw onder dak staat, dat de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is of dat het gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt, geschiedt door de daartoe aangestelde beambte van het gemeentebestuur door middel van een proces-verbaal waarin tevens het werkelijk aantal ontbrekende parkeerplaatsen op het ogenblik van de vaststelling wordt vermeld.

Wat de vaststelling betreft wordt de belastingplichtige tenminste acht kalenderdagen vooraf per aangetekend schrijven uitgenodigd om bij de vaststelling aanwezig te zijn. Het proces-verbaal van vaststelling wordt aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven toegestuurd waarbij het definitief aantal ontbrekende parkeerplaatsen en de verschuldigde belasting vastgesteld.

Artikel 7

De belasting wordt vastgesteld volgens de regelen bepaald in de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg welke van kracht is op het ogenblik van de afgifte van de omgevingsvergunning.

Artikel 8

Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt als volgt bepaald: aan de hand van de opgegeven of vastgestelde bestemmingen wordt per bestemming nagegaan hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag berekend met inbegrip van de buitenmuren.

Het aantal vereiste parkeerplaatsen wordt bekomen door de berekende vloeroppervlakte (of het aantal eenheden) te delen door de oppervlakte (of het aantal eenheden) van de norm voor de betreffende bestemming. Hierbij wordt afgerond naar het lagere gehele getal indien de rest van de deling minder bedraagt dan 0,50. Er wordt afgerond naar het hogere gehele getal indien de rest van de deling groter of gelijk is aan 0,50. De vereiste oppervlakte nodig voor het realiseren van de parkeerplaatsen door de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg, wordt niet in aanmerking genomen voor het berekenen van het nodige aantal parkeerplaatsen.

Bij verbouwing wordt steeds een vergelijkende berekening gemaakt tussen de reeds bestaande bestemming en de nieuwe bestemming, volgens deze stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg. Het verschil tussen beide berekeningen geeft het nodig aantal parkeerplaatsen aan.

Per bestemming kunnen speciale berekeningswijzen aangegeven worden.

Bestemmingen die eerder wederrechtelijk gerealiseerd werden, kunnen niet in aanmerking genomen worden voor de bepaling van de vorige toestand.

Het hierna vermelde aantal schijven wordt bekomen door de totale hoeveelheid te delen door de hoeveelheid per schijf. Indien de rest van die deling gelijk is aan of meer bedraagt dan de helft van een schijf, wordt zij als een volle schijf aangerekend, zoniet wordt zij verwaarloosd.

Artikel 9

Normering en berekening naargelang de bestemming:

Indien een bestemming niet voorkomt in de volgende opsomming, zal de bestemming ingedeeld worden bij een vergelijkbare functie.

Wanneer voor een gebied een bijzonder plan van aanleg (BPA) of een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) werd opgemaakt en deze andere normen opleggen, hebben deze voorrang op de algemene norm.

1. Woonhuizen:

Normering:

-  Nieuwbouw: 1 parkeerplaats per woongelegenheid van maximum 150m²

-  Verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende woongelegenheid

-  voor woningen groter dan 150m² dient per bijkomende schijf van 150m² een extra parkeerplaats voorzien te worden

Berekeningswijze:

-  Nieuwbouw: volgens de gegevens op het plan; er wordt geen rekening gehouden met de bestaande toestand

-  Verbouwing: er wordt rekening gehouden met de aanwezige woonoppervlakte, per 150 m² bestaande woonoppervlakte mag er één woongelegenheid beschouwd worden die in mindering gebracht wordt voor de berekening van de nodige parkeerplaatsen.

De oppervlakte wordt berekend per bovengrondse bouwlaag, gemeten tot in de perceelsgrens.

Normering voor sociale woningen:

-  Nieuwbouw: 1 parkeerplaats per woongelegenheid

-  Verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende woongelegenheid

Normering voor serviceflats:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per 2 serviceflats

-  Verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende schijf van 2 serviceflats

Normering voor woon- en zorgcentra voor bejaarden:

-  Nieuwbouw: 1 parkeerplaats per 3 kamers

-  Verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende schijf van 3 kamers

 

2. Handelsgebouwen:

a)   Winkels evenals cafés, restaurants, herbergen, dokterspraktijken, tandartspraktijken, apotheken, kinesitherapeuten en dergelijke.

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 50 m2 vloeroppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende begonnen schijf van 50 m²

b)  Grootwarenhuizen voor groot- en kleinhandel

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 10 m2 vloeroppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende begonnen schijf van 10 m²


3. Industriële en ambachtelijke gebouwen, remises voor trams, autobussen en taxi's:

Normering:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 100m² bedrijfsoppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende, begonnen schijf van 100m² bedrijfsoppervlakte.

Berekeningswijze:

Onder bedrijfsoppervlakte wordt verstaan de vloeroppervlakte die voor bedrijfsdoeleinden gebruikt wordt voor zover ze overdekt is. Bergplaatsen en opslagruimten maken deel uit van de bedrijfsoppervlakte, de parkeerplaatsen, bestemd om te voldoen aan de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg niet.


4. Kantoorgebouwen:

 -  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 50m² vloeroppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende begonnen schijf van 50m² vloeroppervlakte

 

5. Autoherstelplaatsen:

 Normering

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 50m² bedrijfsoppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende, begonnen schijf van 50m² bedrijfsoppervlakte. De vloeroppervlakte wordt gemeten zoals voor handelsgebouwen.


5. Hotels:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per schijf van 3 hotelkamers, voor het gedeelte kamers

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende begonnen schijf van 3 hotelkamers voor het gedeelte kamers.

Berekeningswijze:

Volgens de gegevens op het plan; bureelruimte, personeelsrefter, keuken en bergruimten worden niet meegerekend voor zover ze uitsluitend dienen voor de hotelfunctie, de andere ruimten worden volgens hun bestemming gerekend.

 

6. Schouwburgen, bioscopen, concertgebouwen:

-  Nieuwbouw: 1 parkeerplaats per begonnen schijf van 10 zitplaatsen

-  Verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende, begonnen schijf van 10 zitplaatsen.

 

7. Ziekenhuizen en klinieken:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per 4 patiëntenbedden

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per 4 bijkomende patiëntenbedden

 

8. Onderwijsinrichtingen:

 Normering:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per klaslokaal vermenigvuldigd met volgende coëfficiënten: 

 

Parkeerplaatsencoëfficiënt

Parkeerplaatsencoëfficiënt

 

Binnen de vesten

Buiten de vesten

Kleuter- en lager onderwijs

0,5

1

Secundaire scholen:

0,5

1.5

Hoger onderwijs:

0,5

4

Andere vormen van onderwijs

0,5

2

Berekeningswijze:

Volgende ruimten worden aanzien als klaslokaal: instructielokaal, audiovisueel lokaal, seminarie, practicum, auditorium. Worden niet aanzien als klaslokaal: labo's, tekenzalen, gymnastiekzalen en refters voor zover ze niet toegankelijk zijn voor het publiek.

De parkeerplaatsen mogen niet voorzien worden op een terrein dat normaal als speelplaats dienst doet.

 

9. Gebouwen bestemd voor kamers, optrekjes:

 -  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per drie kamers

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per drie bijkomende kamers

 

10. Sportzalen:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per 50m² vloeroppervlakte

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende schijf van 50m² vloeroppervlakte.

 

11. Sportterreinen:

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per 100m² nodige terreinoppervlakte (d.w.z. inclusief de verplichte randzone)

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per bijkomende schijf van 100m² nodige terreinoppervlakte.

 

12. Kinderopvang :

-  nieuwbouw: 1 parkeerplaats per schijf van 5 kinderen

-  verbouwing: 1 parkeerplaats per schijf van 5 bijkomende kinderen

 

Artikel 10

Minimum aantal parkeerplaatsen voor gehandicapten: zie gewestelijke verordening Toegankelijkheid.

Artikel 11

Vanaf het aanslagjaar 2027 wordt het basisbedrag van de belasting jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de gezondheidsindex op basis van de volgende formule: 

(gezondheidsindex december van het voorgaand jaar x basistarief 2026)/

gezondheidsindex december 2025

De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat het belastingbedrag naar beneden wordt bijgesteld.

Vrijstellingen

Artikel 12

Van de belasting worden vrijgesteld:

  • de verbouwingswerken en bestemmingswijzigingen aan gebouwen, die overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en latere wijzigingen, zijn beschermd als monument;
  • de gebouwen voor sportbeoefening en voor beeldende en podiumkunsten indien binnen een straal van 500 meter afstand van de gebouwen een openbare parking van minimum 75 parkeerplaatsen gelegen is;
  • de gebouwen bestemd voor kamers, optrekjes indien de kamers voorzien zijn voor studentenhuisvesting en waarin voorzien wordt in gemeenschappelijk sanitair en/of kookgelegenheid.

Wijze van invordering

Artikel 13

De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

De aanslagbiljetten worden schriftelijk of elektronisch verzonden aan de belastingplichtige.

Aangifteplicht

Artikel 14

In het geval van wijziging van de bestemming van de parkeerplaats(en), waarbij niet meer voldaan wordt aan de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg, dient de eigenaar binnen de maand aangifte te doen van de bestemmingswijziging. De vaststelling van de bestemmingswijziging geschiedt door de daartoe aangestelde beambte van het gemeentebestuur door middel van een proces-verbaal, waarna de belasting eisbaar wordt.

Bezwaarmogelijkheid

Artikel 15

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

Het bezwaarschrift moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

1°  het wordt schriftelijk ingediend;

2°  het wordt ondertekend;

3°  het wordt gemotiveerd.

Bezwaren moeten per aangetekend brief worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 27, 3300 Tienen, of via mail naar inningen@tienen.be verstuurd worden.

Betaling

Artikel 16

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Inwerkingtreding

Artikel 17

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.