Bevoegdheid
Juridische context
Gelet op de verplichting om een structureel financieel evenwicht te handhaven, zoals opgelegd door het decreet lokaal bestuur, en rekening houdend met de hoge lasten van investeringen die dienen te gebeuren, is het noodzakelijk om bijkomende inkomsten te genereren.
De aanvullende belasting op de personenbelasting vormt een billijke bijdrage van de inwoners, aangezien zij rechtstreeks genieten van deze investeringen in de gemeentelijke voorzieningen.
De belasting wordt berekend op basis van het belastbaar inkomen, waardoor zij proportioneel is en rekening houdt met de financiële mogelijkheden van elke belastingplichtige.
Derhalve is het gerechtvaardigd en noodzakelijk om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting op de personenbelasting vast te stellen.
De ontvangsten worden ingeschreven conform de ramingen van de FOD Financiën en worden geboekt op RW-FIN/0020-00/730100.
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het reglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) vast als volgt:
Aanvullende belasting op de personenbelasting (APB)
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 8,6 % van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.
Art. 4. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.