Terug
Gepubliceerd op 16/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

Opheffing gemeenteraadsbeslissing 30 januari 2025 houdende vaststelling huishoudelijk reglement gemeenteraad en vaststelling huishoudelijk reglement gemeenteraad

Aanwezig: David Geladé, voorzitter
Jonathan Holslag, burgemeester
Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Schepenen
Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, leden
Patricia Willems, algemeen directeur
Verontschuldigd: Dominique Wilmots, lid
Afwezig: Els Moyens, lid
Regelgeving

Bevoegdheid

  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen waaronder deze die betrekking hebben op het inwendige bestuur van de gemeente, vaststelt

Juridische context

  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 
  • De gemeenteraadsbeslissing van 30 januari 2025 houdende de vaststelling van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Feiten, context en motivering

De gemeenteraad stelde in zitting van 30 januari 2025 het huishoudelijk reglement vast waarin bepaald werd in artikel 1 dat de gemeenteraad maandelijks vergadert op de laatste donderdag van de maand.  Met het oog op de goede werking van de gemeenteraad is het aangewezen de dag van de gemeenteraadszitting te verplaatsen naar maandag vanaf februari 2026. Daartoe dient het huishoudelijk reglement aangepast te worden. 

De belangrijkste aanpassingen aan het huishoudelijk reglement betreffen

- de dag van de zitting (maandag)

- de dag van de indiening van de eventuele variavragen (vóór 8u 's ochtends 3 dagen vóór de dag van de gemeenteraad zijnde vrijdag).

De bepaling in verband met de termijn voor het versturen van de agenda, zijnde minstens 8 dagen voor de gemeenteraad, blijft ongewijzigd. Conform deze bepaling dient de agenda uiterlijk op zondag verstuurd te worden. Daar dit in het weekend valt, zal de agenda op vrijdag verstuurd worden.

Publieke stemming
Aanwezig: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Bernard Vandereyken, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Sofie De Bruyne, Veronique Brasseur, Bart Thomas, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Ketty Vanherle, Anita Savonet, Patricia Willems
Voorstanders: David Geladé, Jonathan Holslag, Nele Daenen, Gijsbrecht Huts, Werner Sabo, Stefanie Beelen, Liesbet Vannes, Olivia Verstrepen, Wim Bergé, Els Moyens, Cléo Yaacoub, Peter Reynaers, Daniel Raymaekers, Maria Schaerlaekens, Nico Bielen, Bart Thomas, Ine Tombeur, Bert Valkeniers, Anita Savonet
Tegenstanders: Katrien Partyka, Jos Mombaers, Nicky Martens, Bart Maes, Liesbeth Vanderloock, Bernard Vandereyken, Elias Cool, Daniel Vanluyten, Heidi Merckx, Kevin Vanderwaeren, Ketty Vanherle
Resultaat: Met 18 stemmen voor, 11 stemmen tegen, 2 niet gestemd

Besluit

Artikel 1: Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad dd. 30 januari 2025 wordt opgeheven.

Artikel 2: Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad wordt vastgesteld als volgt:

 

Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad

 

BIJEENROEPING

Artikel 1

§ 1. De gemeenteraad vergadert maandelijks op de laatste donderdag van de maand om 20.00u in het stadhuis van Tienen tenzij deze dag valt in of net vóór vakantieperiodes. Vanaf de gemeenteraadszitting van februari 2026 wordt de vergaderdag de laatste maandag van de maand.

De gemeenteraad kan daarnaast zo dikwijls vergaderen als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen (art. 18 DLB).

§ 2. De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld. De voorzitter kan de gemeente- en OCMW-raad bijeenroepen door een gezamenlijke oproeping met als bedoeling de vergaderingen aansluitend te laten doorgaan. Hierbij stelt de voorzitter voor de gemeente en het OCMW duidelijk onderscheiden agenda’s op (art. 19 en 20 DLB).

§ 3. De oproeping wordt verzonden via e-mail en de agenda wordt digitaal ter beschikking gesteld. De dossiers die betrekking hebben op de agenda worden ter beschikking gesteld op de wijze voorzien in artikel 9, §1 van dit reglement.

§ 4. De voorzitter van de gemeenteraad is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van:

1° een derde van de zittinghebbende leden;

2° een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad nog geen bijeenroeping is gebeurd. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus;

3° het college van burgemeester en schepenen;

4° de burgemeester voor zover het verzoek uitsluitend betrekking heeft op de eigen bevoegdheden van de burgemeester.

In hun schriftelijke aanvraag aan de algemeen directeur moeten de aanvragers de agenda vermelden, met voor elk punt een toegelicht voorstel van beslissing, en de datum en het uur van de beoogde vergadering.

De algemeen directeur bezorgt vervolgens de voorstellen aan de gemeenteraadsvoorzitter. Deze aanvraag moet ingediend worden zodat de voorzitter de oproepingstermijnen bepaald in artikel 2 van dit reglement kan nakomen.

De voorzitter roept de vergadering bijeen op de voorgestelde datum en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda (art. 19 en art. 67 DLB).

§ 5. De vergaderingen van de gemeenteraad vinden fysiek plaats.

§ 6. In de hiernavermelde uitzonderlijke omstandigheden kunnen de vergaderingen van de gemeenteraad digitaal plaatsvinden:

1. Bij afkondiging van een epidemische noodsituatie als bedoeld in de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie

2. In geval van noodsituaties waarvoor een gemeentelijke, provinciale of federale fase van beleidscoördinatie is afgekondigd in de zin van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;

3. Wanneer de gebruikelijke vergaderzaal onverwacht fysiek niet toegankelijk is (overstroming, betoging, terreurdreiging, ...).

Een hybride gemeenteraad is uitgesloten.

§ 7. In geval van digitale vergadering gelden de volgende modaliteiten:

 -         ieder lid heeft afzonderlijk digitaal toegang tot de beraadslaging en de stemming;

 -         de leden die deelnemen aan een digitale vergadering vermelden hun naam bij hun beeld;

 -         de leden laten hun camera aanstaan gedurende de hele digitale vergadering ;

 -         de leden die even tijdelijk weggaan van de camera geven dat duidelijk aan, mondeling of in de chat, evenals wanneer ze terugkeren, zoniet zal worden aangenomen dat ze de vergadering definitief verlaten hebben;

 -         de leden die deelnemen aan een digitale vergadering vragen het woord via het opsteken van een digitaal handje. Ze zetten hun microfoon aan wanneer ze het woord krijgen van de voorzitter. De voorzitter kan zo nodig de microfoon dempen van het lid dat niet aan het woord is;

 -         ingeval van besloten vergadering dient ieder lid dat deelneemt aan de digitale vergadering zich alleen te bevinden in een ruimte en erover te waken dat de beslotenheid van de vergadering wordt gerespecteerd.

 

Artikel 2

§ 1.De oproeping (of gezamenlijke oproeping) wordt tenminste acht dagen vóór de dag van de vergadering bezorgd aan de gemeenteraadsleden (art. 20 DLB).

In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken. Een gezamenlijke oproeping in spoedeisende gevallen kan enkel als er zowel voor de gemeenteraad als de OCMW-raad spoedeisende punten zijn (art. 19, 20 en art. 67 DLB).

 § 2. De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing bij elk agendapunt. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn.

Een gezamenlijke oproeping bevat duidelijk onderscheiden agenda’s voor de gemeenteraad en de OCMW- raad (art. 20 DLB).

 

Artikel 3

§ 1. Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken (art. 21 DLB).

§ 2. De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen (art. 21 DLB).

 

OPENBARE OF BESLOTEN VERGADERING

 

Artikel 4 

§ 1. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in principe openbaar (art. 28, §1 DLB).

§ 2. De vergadering is niet openbaar als:

1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering;

2° de gemeenteraad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid (art. 28, §1 DLB).

De vergaderingen over de beleidsrapporten (het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening) zijn in elk geval openbaar.

 

Artikel 5

De besloten vergadering kan, uitgezonderd in tuchtzaken, enkel plaatsvinden na de openbare vergadering.

Bij een gezamenlijke oproeping opent de voorzitter eerst de openbare zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn of gemeenteraad waarbij hij de vergadering van deze raad schorst nadat de agenda van het openbare deel afgewerkt is. Tijdens deze schorsing opent de voorzitter de andere raad waarna de agenda van deze raad volledig afgewerkt wordt. Na het sluiten van de vergadering van deze raad, opent de voorzitter het besloten deel van de eerste raad.

Als tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in besloten zitting moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering van de gemeenteraad, enkel met dit doel, worden onderbroken.

Als tijdens de besloten vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in openbare zitting moet gebeuren, dan wordt dat punt opgenomen op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt of in geval van de eedaflegging van een personeelslid, kan de besloten zitting, enkel met dat doel, worden onderbroken (art. 28, §2 DLB).

 

Artikel 6

De gemeenteraadsleden, alsmede alle andere personen die krachtens de wet of het decreet de besloten vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen, zijn tot geheimhouding verplicht (art. 29, §4 DLB).

 

INFORMATIE VOOR RAADSLEDEN EN PUBLIEK

 

Artikel 7

Plaats, dag en uur van de gemeenteraadsvergadering en de agenda worden openbaar bekend gemaakt door publicatie op de raadpleegomgeving van de gemeente. Dit gebeurt uiterlijk acht dagen voor de vergadering. Indien raadsleden punten aan de agenda toevoegen, wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld, op dezelfde wijze bekendgemaakt.

In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, en uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering, op dezelfde wijze bekendgemaakt (art. 22 DLB).

 

Artikel 8

De beslissingen van de gemeenteraad worden bekendgemaakt op de website van de gemeente zoals bepaald in art. 285 tot 287 DLB.

 

Artikel 9

§ 1. Voor elk agendapunt worden de stukken van het desbetreffende dossier vanaf de verzending van de oproeping, op dezelfde wijze als de agenda van de gemeenteraad digitaal ter beschikking gesteld van de raadsleden.

§ 2. Elk ontwerp van meerjarenplan, aanpassingen van het meerjarenplan en jaarrekening, worden op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop het ontwerp besproken wordt aan ieder lid van de gemeenteraad bezorgd.

Vanaf het ogenblik dat het ontwerp van het beleidsrapport bezorgd is aan de raadsleden, wordt aan hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking gesteld.

Deze stukken worden op dezelfde wijze bezorgd aan de raadsleden zoals de oproeping in art. 1, §3 van dit reglement (art. 249 DLB).

§ 3. Aan de raadsleden moet, op hun verzoek, door de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van de gemeenteraad (art. 20 DLB).

Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.

De raadsleden richten hun verzoek per e-mail aan de algemeen directeur.

Op een schriftelijke vraag wordt schriftelijk geantwoord tenzij het raadslid een mondelinge toelichting wenst.

De mondelinge toelichting gebeurt tijdens de kantooruren tenzij anders wordt overeengekomen.

 

Artikel 10

§ 1. De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten, ongeacht de drager, die het bestuur van de gemeente betreffen (art. 29, §1 DLB).

§ 2. De notulen van het college van burgemeester en schepenen worden, uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college volgend op deze waarop de notulen werden goedgekeurd, ofwel via e-notulen, ofwel per mail verstuurd aan de gemeenteraadsleden (art. 50 DLB).

§ 3. De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad en die bestemd is voor de gemeenteraad, wordt meegedeeld aan de gemeenteraadsleden (art. 29, §1 DLB). Dit gebeurt via elektronische weg. Ook de correspondentie bestemd voor de raadsleden die niet geadresseerd is aan het raadslid, wordt elektronisch meegedeeld.

§ 4. De gemeenteraadsleden kunnen kosteloos een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten.

§ 5. De gemeenteraadsleden hebben het recht de gemeentelijke instellingen en diensten die de gemeente opricht en beheert te bezoeken, ook de autonome gemeentebedrijven. De raadsleden dienen hiertoe minstens acht werkdagen vooraf per e-mail een vraag te richten aan de algemeen directeur.

Tijdens het bezoek van een gemeentelijke instelling of dienst dienen de raadsleden zich passief op te stellen en zich niet te mengen in de werking. De raadsleden zijn op bezoek en gedragen zich als een bezoeker (art. 29, §2, §3 en §5 DLB).

 

Artikel 11

§ 1. De gemeenteraadsleden hebben steeds het recht aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Hiervoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig (art. 31 DLB).

Deze vragen dienen gericht te worden aan de bevoegde schepen of het college van burgemeester en schepenen. Ten laatste één maand na ontvangst wordt een antwoord verstrekt aan het gemeenteraadslid.

§ 2. De gemeenteraadsleden hebben eveneens het recht om technische schriftelijke vragen te stellen aan de algemeen directeur. Deze vragen dienen gericht te worden aan de algemeen directeur en worden ten laatste één maand na ontvangst door hem of door haar beantwoord.

§ 3. De gemeenteraadsleden hebben eveneens de mogelijkheid om hun vragen schriftelijk te stellen aan het college van burgemeester en schepenen en ze mondeling te herhalen tijdens de zitting van de gemeenteraad. Deze vragen dienen duidelijk omschreven te zijn. Indien zij een antwoord tijdens de zitting van de gemeenteraad wensen te ontvangen, bezorgen zij hun vraag uiterlijk vóór 8 uur ‘s ochtends 3 dagen vóór de dag van de gemeenteraad, aan de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad.

De vraagstelling op de gemeenteraad mag niet langer dan vijf minuten duren waarop een antwoord van maximaal drie minuten gegeven wordt. De vraagsteller mag daarna nog één aanvullende vraag stellen. Het stellen en beantwoorden van de aanvullende vraag mag niet langer duren dan telkens één minuut. 

Vragen die laattijdig worden ingediend, mogen gesteld worden op de zitting van de gemeenteraad, maar worden nadien behandeld als schriftelijke vragen en beantwoord binnen één maand na ontvangst.

 

QUORUM

 

Artikel 12

De aanwezigheid op de zitting van de gemeenteraad, wordt geregistreerd in e-notulen.

 

Artikel 13

§ 1. De gemeenteraad kan alleen beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende gemeenteraadsleden aanwezig is (art. 26 DLB).

Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.

§ 2. De gemeenteraad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

In de oproep wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur overgenomen (art. 26 DLB).

 

WIJZE VAN VERGADEREN

 

Artikel 14

§ 1. De voorzitter zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor en opent en sluit de vergaderingen (art. 24 DLB). De voorzitter verklaart de vergadering voor geopend op de voor de vergadering vastgestelde dag en uur en zodra voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen.

§ 2. Het laten deelnemen van derde personen aan de vergadering is slechts toegelaten in de gevallen voorzien in het decreet lokaal bestuur. Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en /of beroepservaring als deskundig worden erkend. Bovendien dienen zij door de voorzitter uitgenodigd te worden. Zij kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming.

 

Artikel 15

§1. De voorzitter van de gemeenteraad geeft kennis van de tot de raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de raad aanbelangen.

De gemeenteraad vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daarvoor bepaalde volgorde, tenzij de raad er anders over beslist.

§ 2. Een punt dat niet op de agenda van de gemeenteraad voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.

Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld (art. 23 DLB).

 

Artikel 16

§ 1. Nadat het agendapunt werd toegelicht, verleent de voorzitter van de gemeenteraad het woord aan het gemeenteraadslid dat wenst tussen te komen over het voorstel.

De voorzitter verleent het woord naar de volgorde van de aanvragen en, ingeval van gelijktijdige aanvraag, naar de rangorde van de raadsleden.

§ 2. Indien de gemeenteraad deskundigen wenst te horen, bepaalt de voorzitter van de raad wanneer ze aan het woord komen.

De voorzitter kan aan de algemeen directeur vragen om toelichtingen te geven.

 

Artikel 17 

Niemand mag onderbroken worden wanneer hij spreekt, behalve voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.

Als een gemeenteraadslid, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan hem het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven, wordt geacht de orde te verstoren.

Dit geldt eveneens voor hen die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en bekomen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.

Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.

Geen enkel raadslid mag meer dan tweemaal het woord nemen over hetzelfde onderwerp, tenzij de voorzitter er anders over beslist.

 

Artikel 18

§1. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de raadsvergadering (art. 25 DLB). Van de handelingen die hij in dit verband stelt, wordt melding gemaakt in de notulen.

Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.

§ 2. De voorzitter kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.

De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene (art. 25 DLB).

 

Artikel 19

Wanneer de vergadering rumoerig wordt zodat het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij, bij voortzetting van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.

Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit hij de vergadering. De leden van de raad moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.

Van deze schorsing of sluiting wordt melding gemaakt in de notulen. Art. 20

Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest en indien hij oordeelt dat het agendapunt voldoende

werd besproken, sluit de voorzitter de bespreking.

 

WIJZE VAN STEMMEN

Artikel 21

§ 1. Voor elke stemming in de gemeenteraad omschrijft de voorzitter het voorwerp van de bespreking waarover de vergadering zich moet uitspreken.

§ 2. De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan: meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen, blanco en ongeldige stemmen niet meegerekend.

Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen (art. 33 DLB).

 

Artikel 22

§1. De gemeenteraad stemt over het eigen deel van elk beleidsrapport.

Nadat zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad elk hun deel van het beleidsrapport hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport goed zoals vastgesteld door de OCMW-raad. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de OCMW-raad niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad (art. 249, §3 DLB).

§ 2. De gemeenteraad stemt telkens over het geheel van het eigen deel van het beleidsrapport.

In afwijking daarvan kan elk gemeenteraadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst in het gemeentelijke deel van het beleidsrapport. In dat geval mag de gemeenteraad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming.

Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de gemeenteraad. Als de OCMW-raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt de OCMW-raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering (art. 249, §4 DLB).

 

Artikel 23

§ 1. De leden van de gemeenteraad stemmen niet geheim, behalve in de gevallen bedoeld in §4.

§ 2. Er zijn drie mogelijke wijzen van stemmen:

1° de elektronisch uitgebrachte naamstemming. Indien dit systeem omwille van technische redenen niet kan gebruikt worden, wordt de elektronisch uitgebrachte naamstemming vervangen door de stemming bij handopsteking;

2° de mondelinge temming;

3° de geheime stemming.

§ 3. De gemeenteraadsleden stemmen bij elektronisch uitgebrachte naamstemming behalve als een derde van de aanwezige leden de mondelinge stemming vraagt (art. 34 DLB). Voor de niet geheime stemmingen tijdens een digitale vergadering wordt gebruik gemaakt van een digitale tool waarbij een raadslid zijn stem uitdrukkelijk kenbaar kan maken. Voor de geheime stemmingen tijdens een digitale vergadering wordt een digitale tool gebruikt waarbij de stem niet herleid kan worden tot het lid dat de stem heeft uitgebracht.

§ 4. Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd:

1° de vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid en van schepen;

2° het aanwijzen van de leden en het beëindigen van deze aanwijzing van de gemeentelijke bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;

3° individuele personeelszaken (art. 34 DLB).

 

Artikel 24

§. 1. De elektronisch uitgebrachte naamstemming gebeurt als volgt: nadat de voorzitter het voorwerp van de stemming heeft omschreven zoals bepaald in artikel 21 § 1 van dit reglement, opent hij de stemming en vraagt de raadsleden om hun stem via de knop “ja”, “neen” of “onthouding” uit te brengen.

§. 2. De stemming bij handopsteking geschiedt als volgt: nadat de voorzitter het voorwerp van de stemming heeft omschreven zoals bepaald in art. 21 § 1 van dit reglement vraagt hij achtereenvolgens welke gemeenteraadsleden ‘ja’ stemmen, welke ‘neen’ stemmen en welke zich onthouden. Elk gemeenteraadslid kan slechts éénmaal zijn hand opsteken om zijn keuze duidelijk te maken

 

Artikel 25

§ 1. De mondelinge stemming geschiedt door, elk raadslid ‘ja’, ‘neen’ of ‘onthouding’ te laten uitspreken volgens de rangorde van de raadsleden.

§ 2. De voorzitter stemt als laatste, behalve bij geheime stemming.

Wanneer er na de stem van de voorzitter evenveel stemmen voor als tegen het voorstel zijn, dan is er staking van stemmen en is het voorstel verworpen (behalve in het geval van art. 27 van dit reglement). De stem van de voorzitter is niet doorslaggevend bij staking van stemmen (art. 33 en 34 DLB).

 

Artikel 26

Voor een geheime stemming wordt gebruik gemaakt van de geheime stemming in e-notulen. De raadsleden stemmen ‘ja’, ‘neen’ of onthouden zich.

 

Artikel 27 

Voor elke benoeming tot ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt tot een afzonderlijke stemming overgegaan. Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.

Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. Personen worden benoemd, aangesteld, verkozen of voorgedragen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur (art. 35 DLB).

 

NOTULEN, ZITTINGSVERSLAG EN ONDERTEKENING

 

Artikel 28

§1. De notulen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield (art. 278, §1 DLB).

§ 2. Het zittingsverslag wordt vervangen door een audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad (art. 278, §1 DLB).

§ 3. Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 4, §2 en artikel 5 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld (art. 278, §1 DLB).

 

Artikel 29

§ 1. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 en 278 van het decreet over het lokaal bestuur (art. 32 DLB).

§ 2. De notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering zijn, behalve in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen voor de vergadering digitaal ter beschikking van de gemeenteraadsleden (art. 32 DLB).

§ 3. Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de gemeenteraad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de gemeenteraad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering (art. 32 DLB).

Daar het zittingsverslag integraal audiovisueel is, kan dit niet aangepast worden en is er derhalve geen goedkeuring mogelijk.

§ 4. Zo dikwijls de gemeenteraad het wenselijk acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door de algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend (art. 32 DLB).

 

Artikel 30

§ 1.De reglementen, beslissingen, akten, brieven en alle andere stukken worden ondertekend zoals bepaald in artikel 279 tot 283 van het decreet over het lokaal bestuur.

§ 2. De stukken, die niet vermeld worden in artikel 279, §1 tot §5 van het decreet lokaal bestuur, worden overeenkomstig artikel 279, §6 ondertekend door de algemeen directeur.

De algemeen directeur kan deze bevoegdheid overdragen naar andere personeelsleden. Deze delegatie kan op ieder ogenblik worden herroepen.

 

FRACTIES

 

Artikel 31

§ 1. Het gemeenteraadslid of de gemeenteraadsleden die op eenzelfde lijst verkozen zijn, vormen één fractie.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan de bepalingen van artikel 71, vijfde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 is voldaan.

De vermelding inzake fractievorming op de voordrachtsakte, vermeld in artikel 71, vijfde lid, van het voormelde decreet, en de door de gemeenteraadsleden gemaakte keuze zijn niet herroepbaar.

 

RAADSCOMMISSIES

 

Artikel 32

§ 1. De gemeenteraad richt een raadscommissie op die is samengesteld uit gemeenteraadsleden. De commissie heeft als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies, en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissie kan steeds deskundigen en belanghebbenden horen. 

Medewerkers kunnen op vraag van de bevoegde schepen uitgenodigd worden voor het geven van een technische toelichting op de raadscommissie. In dat geval dient ook het betrokken afdelingshoofd aanwezig te zijn. De bevoegde schepen stelt zijn vraag voor technische toelichting door een medewerker op de zitting van het college van burgemeester en schepenen waarop de agenda van de gemeenteraad wordt vastgesteld.

§ 2. De gemeenteraad richt 4 commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden. Elke raadcommissie bestaat uit 9 effectieve leden, evenredig verdeeld overeenkomstig het systeem d’Hondt. 

De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen, steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties. 

Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig deze berekeningswijze toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor méér kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.

De bevoegdheden van deze commissies worden als volgt bepaald :

 1. Commissie Bestuurszaken: Organisatie, veiligheid en financiën: Financiën, Interne organisatie, ICT, externe dienstverlening, communicatie, patrimonium (AGB), duurzaamheid, bestuurlijke handhaving, brandweer;

2. Commissie Mensen: Sociaal beleid/OCMW, Senioren, onderwijs, jeugd, wonen, buurtwerking;

3. Commissie Levendige stad: Handel, lokale economie, horeca, markten, evenementen, industrie, erfgoed, cultuur, toerisme, vrije tijd, sport, mobiliteit;

4. Commissie Ruimte: Ruimtelijke ordening, mobiliteit, openbare werken, leefmilieu, landbouw, openbaar groen, natuur, begraafplaatsen, dieren;

§ 3. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissie te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.

§ 4. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.

§ 5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in de commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt. 

§ 6. De commissie verkiest een voorzitter onder zijn leden op de eerste zitting na de vernieuwing. De voorzitter bereidt de agenda voor, doorloopt de agenda tijdens de zitting en maakt een verslag op. 

§ 7. De commissie wordt door hun voorzitter bijeengeroepen. Een derde van de leden van de commissie kan de voorzitter vragen de commissie bijeen te roepen. De oproeping vermeldt de agenda en wordt naar alle raadsleden gestuurd. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de website van de gemeente.  De agenda van de raadcommissie wordt ter kennisgeving voorgelegd op de zitting van het college van burgemeester en schepenen waarop de agenda van de gemeenteraad wordt vastgesteld.

De commissie kan geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. 

De vergaderingen van de commissie zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad.

De raadsleden kunnen de vergaderingen van de commissie, waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De raadsleden met stemrecht of raadgevende stem, hebben recht op presentiegeld. De overige raadsleden die de commissie bijwonen hebben geen recht op presentiegeld.

Een commissie wordt steeds bijgewoond door de bevoegde schepenen en, indien relevant, de burgemeester.

Op de raadscommissie worden geen dossiers ter goedkeuring voorgelegd. Er worden enkel dossiers toegelicht en besproken die later doorstromen naar de gemeenteraad. 

Voor de aanvang van de vergadering wordt een aanwezigheidslijst opgemaakt en ondertekend door de aanwezige leden.

§ 8. Voor belangrijke dossiers, zoals bvb. de aanpassing van de meerjarenplanning en de jaarrekening, worden de raadscommissies vervangen door een verenigde raadscommissie waarvan alle leden van de gemeenteraad deel uitmaken.

Indien een dossier de bevoegdheid van meerdere raadscommissies aanbelangt, oordeelt de voorzitter van de gemeenteraad of het aangewezen is de raadscommissies te vervangen door een verenigde raadscommissie.

§ 9. Indien de gemeenteraad bevoegd is om op te treden als tuchtoverheid ten aanzien van decretale graden, dan richt zij een tuchtcommissie op. De tuchtcommissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de gemeenteraad. De tuchtcommissie vergadert besloten.

 

VERGOEDINGEN RAADSLEDEN

 

Artikel 33

§1. Aan de gemeenteraadsleden met raadgevende stem en aan de stemgerechtigde gemeenteraadsleden, met uitzondering van de burgemeester en de schepenen, wordt presentiegeld verleend voor de aanwezigheid op volgende vergaderingen:

  • de gemeenteraadszittingen;
  • de vergaderingen van de gemeenteraadscommissie;

Het presentiegeld wordt eveneens verleend indien deze vergaderingen slechts gedeeltelijk werden bijgewoond, indien het aanwezigheidsquorum niet werd bereikt of indien de vergadering hervat werd (art. 17 §1 DLB en art. 15, lid 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.)

§ 2. Het presentiegeld bedraagt voor elke gemeenteraadszitting 124,98 euro gekoppeld aan de index, vermeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.

De voorzitter van de gemeenteraad ontvangt een dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de gemeenteraad die hij voorzit. 

Het presentiegeld bedraagt voor elke zitting van de gemeenteraadscommissie 60 euro gekoppeld aan de index, vermeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.

Het presentiegeld voor de voorzitter van een gemeenteraadscommissie bedraagt 120 euro gekoppeld aan de index, vermeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.

 

Artikel 34

§ 1. Conform de dienstverlening zoals bepaald in dit reglement, hebben de gemeenteraadsleden op het gemeentehuis toegang tot internet en hebben ze toegang tot het teams-kanaal voor gemeenteraadsleden.

Alle raadsleden krijgen ook de beschikking over een tablet.

De leden van het college van burgemeester en schepenen beschikken over een laptop.

§ 2. Gemeenteraadsleden kunnen de kosten van studiedagen of vormingscursussen terugvorderen van het gemeentebestuur, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun mandaat. Het raadslid mailt hiervoor voorafgaand aan de vorming een aanvraag aan de algemeen directeur die de noodzakelijkheid beoordeelt.

Deze kosten moeten achteraf worden verantwoord met bewijsstukken. Het betreffen enkel studiedagen of vormingscursussen in het binnenland ingericht door overheidsinstanties of de VVSG. Er worden geen kosten vergoed voor het behalen van bijkomende diploma’s.

§. 3. De gemeente sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die bij de normale uitoefening van hun mandaat persoonlijk ten laste komt van de gemeenteraadsleden.

De gemeente sluit daarnaast ook een verzekering af voor ongevallen die de gemeenteraadsleden overkomen in het kader van de normale uitoefening van hun ambt (art. 17, §5 DLB en Hoofdstuk 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris).

 

VERZOEKSCHRIFTEN

 

Artikel 35

§ 1. Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen (art. 304, §2 DLB).

Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.

De organen van de gemeente zijn de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de voorzitter van de gemeenteraad, de burgemeester, de algemeen directeur en elk ander orgaan van de gemeente dat als overheid optreedt.

§ 2. De verzoekschriften worden aan het orgaan van de gemeente gericht tot wiens bevoegdheid de inhoud van het verzoek behoort. Komt een verzoekschrift niet bij het juiste orgaan aan, dan bezorgt dit orgaan het verzoek aan de juiste bestemmeling.

§ 3. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoort, zijn onontvankelijk.

Verzoekschriften die duidelijk tot de bevoegdheid van het OCMW behoren, worden overgemaakt aan het bevoegde orgaan van het OCMW. De indiener wordt daarvan op de hoogte gebracht.

§ 4. Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:

1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;

2° het louter een mening is en geen concreet verzoek;

3° de vraag anoniem, d.w.z. zonder vermelding van naam, voornaam en adres, werd ingediend; 4° het taalgebruik ervan beledigend is.

Het orgaan of de voorzitter van het orgaan maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen dat wel aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.

 

Artikel 36

§1. Is het een verzoekschrift voor de gemeenteraad, dan plaatst de voorzitter van de gemeenteraad het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering

§ 2. De gemeenteraad kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het college van burgemeester en schepenen of naar een gemeenteraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.

§ 3. De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meerdere personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door het betrokken orgaan van de gemeente. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

§ 4. Het betrokken orgaan van de gemeente verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.