Bevoegdheid
Juridisch context
De stad heft een retributie op ontgravingen van stoffelijke overblijfselen op de gemeentelijke begraafplaatsen op verzoek van rechthebbenden.
Het is gerechtvaardigd een retributie te heffen op ontgravingen van stoffelijke overblijfselen die op uitdrukkelijk verzoek van rechthebbenden worden uitgevoerd op de gemeentelijke begraafplaatsen, overwegende dat ontgravingen voor de gemeente aanzienlijke kosten met zich meebrengen inzake personeel, materiaal en administratieve verwerking. Het is redelijk dat deze kosten gedragen worden door de aanvrager zodat de lasten niet worden afgewenteld op de algemene middelen.
De gemeente is bovendien wettelijk verplicht een financieel evenwicht te handhaven (art. 255 en 259 van het decreet van 23 december 2017 over het lokaal bestuur). Het heffen van een retributie draagt bij tot het dekken van de werkelijke kosten van de dienst en voorkomt dat deze kosten disproportioneel drukken op het gemeentebudget.
Er wordt een gedifferentieerde tariefstructuur gehanteerd met een lager tarief voor ontgravingen van urnen (250 euro) en een hoger tarief voor ontgravingen van kisten (1.250 euro), gelet op het verschil in werkuren, materiaal en veiligheidsmaatregelen.
Vrijstellingen zijn beperkt tot situaties waarin de ontgraving niet op verzoek gebeurt (bv. gerechtelijke beslissing) of waarin een maatschappelijk belang primeert (bv. oorlogsslachtoffers, kinderen jonger dan 18 jaar).
De ontvangsten worden geboekt op RW-BZ/0990-00/700220
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het retributiereglement betreffende de ontgraving van stoffelijke overblijfselen vast als volgt:
Retributiereglement betreffende de ontgraving van stoffelijke overblijfselen
Artikel 1 – Voorwerp van de retributie
Voor ontgravingen van stoffelijke overblijfselen die op uitdrukkelijk verzoek van de rechthebbenden worden uitgevoerd op de gemeentelijke begraafplaatsen, wordt een retributie geheven overeenkomstig de bepalingen van dit reglement.
Artikel 2 – Heffingstermijn
De retributie wordt geheven voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3 – Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot ontgraving.
Artikel 4 – Tarieven
De retributie per ontgraving bedraagt:
- 250 euro voor elke ontgraving of verplaatsing van gecremeerde stoffelijke overschotten, openingstaks inbegrepen;
- 1.250 euro voor elke ontgraving of verplaatsing van gekiste stoffelijke overschotten, openingstaks inbegrepen.
Artikel 5 – Indexatie
Het bedrag van de retributie wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 april aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004) volgens de formule:
gezondheidsindex februari van het jaar waarin geïndexeerd wordt x basistarief 2026
gezondheidsindex februari 2026
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat de retributie naar beneden wordt bijgesteld.
Artikel 6 – Vrijstellingen
De retributie is niet verschuldigd voor:
a) ontgravingen verricht in uitvoering van rechterlijke beslissingen;
b) ontgravingen van kinderen jonger dan 18 jaar op de datum van overlijden;
c) ontgravingen van in geconcedeerde grond geplaatste stoffelijke overschotten of urnen in nissen bij verandering van de bestemming van de begraafplaats ;
d) de verplaatsing van urnen naar een columbarium indien dit niet klaar was op het ogenblik van het overlijden en voor zover die plaatsing schriftelijk aangevraagd werd bij de verassing;
e) ontgravingen van burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers die op aanvraag van de verwanten of van de bevoegde overheden geschieden.
Artikel 7 – Inning en Invordering
De invordering van deze retributie gebeurt via facturatie door de financieel directeur of zijn afgevaardigde. De retributie dient betaald te worden binnen 30 dagen na toezending van de factuur.
Bij gebreke aan minnelijke betaling, wordt tot gedwongen invordering van de retributie overgegaan bij middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van deze schuldvorderingen.
Artikel 8 - Bezwaar
Klachten of betwistingen moeten binnen een termijn van 30 dagen volgend op de datum van de betalingsuitnodiging per aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen gericht worden (Grote Markt 27, 3300 Tienen) of via e-mail naar inningen@tienen.be gestuurd worden.
Artikel 9 – Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.