Bevoegdheid
Juridische context
De stad heft een retributie op het op aanvraag begraven, uitstrooien of bijzetten van stoffelijke overblijfselen van personen die geen inwoner zijn en niet op het grondgebied van de gemeente overleden zijn.
Het is gerechtvaardigd een retributie te heffen voor het op aanvraag begraven, uitstrooien of bijzetten van stoffelijke overblijfselen van personen die geen inwoner zijn van de gemeente en niet op haar grondgebied overleden zijn, overwegende dat de capaciteit van gemeentelijke begraafplaatsen beperkt is en het begraven van niet-inwoners de beschikbare ruimte vermindert voor inwoners die via gemeentelijke belastingen bijdragen aan het onderhoud en beheer van deze infrastructuur. Het heffen van een retributie voor het op aanvraag begraven van niet-inwoners op één van de begraafplaatsen op het grondgebied van de gemeente is daarom gerechtvaardigd om een billijke verdeling van kosten en schaarse ruimte te waarborgen.
Het bedrag van de retributie is vastgesteld op een niveau dat in verhouding staat tot de werkelijke kosten die de gemeente maakt voor het ter beschikking stellen van begraafplaatsen, columbaria en strooiweides. Dit omvat zowel de machine- en werkuren voor het begraven als de investerings-, instandhoudings- en onderhoudskosten van de infrastructuur.
Vrijstellingen zijn beperkt tot situaties waarin het opleggen van een retributie niet redelijk zou zijn, zoals bij kinderen jonger dan 18 jaar en bij begravingen of bijzettingen in concessiegronden of -nissen waarvoor reeds een vergoeding is betaald.
De ontvangsten worden geboekt op RW-BURGZ/0990-00/700200.
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het retributiereglement betreffende de begraving van al dan niet veraste overblijfselen, de uitstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste overblijfselen in een columbarium, van personen overleden buiten het grondgebied van de gemeente vast als volgt:
Retributiereglement betreffende de begraving van al dan niet veraste overblijfselen, de uitstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste overblijfselen in een columbarium, van personen overleden buiten het grondgebied van de gemeente
Artikel 1
Voor elke aanvraag tot begraving van personen die buiten het grondgebied van de gemeente zijn overleden en niet ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, wordt een retributie geheven.
Onder begraven dient te worden verstaan:
- de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen;
- de uitstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen;
- de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium.
Artikel 2
De retributie wordt geheven voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium aanvraagt.
Artikel 4
De retributie bedraagt 1.000 euro per begraving, uitstrooiing of bijzetting in een columbarium.
Artikel 5
Het bedrag van de retributie wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 april aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004) volgens de formule:
gezondheidsindex februari van het jaar waarin geïndexeerd wordt x basistarief 2026
gezondheidsindex februari 2026
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat de retributie naar beneden wordt bijgesteld.
Artikel 6
De retributie is niet verschuldigd voor:
a) begravingen, uitstrooiingen en bijzettingen van personen die:
- overleden of dood aangetroffen zijn op het grondgebied van de gemeente;
- overleden of dood aangetroffen zijn buiten het grondgebied van de gemeente en ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente;
b) begravingen van kinderen jonger dan 18 jaar op de datum van overlijden;
c) begravingen in een in concessie gegeven grond;
d) bijzetting in een in concessie gegeven nis.
Artikel 7
De invordering van deze retributie gebeurt via facturatie door de financieel directeur of zijn afgevaardigde. De retributie dient betaald te worden binnen 30 dagen na toezending van de factuur.
Bij gebreke aan minnelijke betaling, wordt tot gedwongen invordering van de retributie overgegaan bij middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van deze schuldvorderingen.
Artikel 8
Klachten of betwistingen moeten binnen een termijn van 30 dagen volgend op de datum van de betalingsuitnodiging per aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen gericht worden (Grote Markt 27, 3300 Tienen) of via e-mail naar inningen@tienen.be gestuurd worden.
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.