Bevoegdheid
Juridische context
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Naast het financiële hoofddoel wordt ook een nevendoelstelling nagestreefd. De aanwezigheid van masten, pylonen of andere draagconstructies op het grondgebied van de stad Tienen wordt immers als landschapverstorend ervaren en betekent een ernstige vorm van visuele vervuiling wegens het doorbreken van vrije open ruimte. Bijgevolg is het billijk dat deze hinder wordt gecompenseerd door een belasting die tot compensatie strekt voor de visuele impact van deze masten, pylonen of andere draagconstructies voor de stad Tienen en diens inwoners en bezoekers.
Gelet op bovenstaande nevendoelstelling is het objectief en redelijk verantwoord om enkel de masten, pylonen of andere draagconstructies met een hoogte van minimaal 15 meter boven het maaiveld te belasten gezien de hoogte een doorslaggevende invloed heeft op het storend karakter van een mast en/of pyloon.
Het landschapverstorend karakter van masten, pylonen of andere draagconstructies dienstig om groene energie te produceren wordt evenwel voldoende gecompenseerd door het maatschappelijk belang, zodat hiervoor vrijstelling kan verleend worden.
Het landschapverstorend karakter van masten, pylonen of andere draagconstructies die dienen voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen, wordt ook voldoende gecompenseerd door het maatschappelijk belang zodat hiervoor eveneens vrijstelling kan verleend worden.
Masten, pylonen of andere draagconstructies die louter voor recreatief gebruik dienen, worden vrijgesteld aangezien de stad Tienen het sociale en recreatieve gebeuren in de stad wenst aan te moedigen hetgeen primeert op het landschapverstorende karakter.
De ontvangsten worden geboekt op RW-FIN/0020-00/736090.
Stadsadvocaat Thomas Beelen:
Van: Thomas Beelen <thomas.beelen@beelenadvocaten.be>
Verzonden: woensdag 14 januari 2026 15:22
Aan: Veerle Vanrothem <veerle.vanrothem@tienen.be>; Ingrid Goyens <ingrid.goyens@tienen.be>
Onderwerp: RE: belasting op masten en pylonen
Dag Veerle, Ingrid,
Ik zou de definitie van ‘mast’ als volgt aanpassen: “een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie en waarbij de hoogte van het dak of de constructie en de mast samen minstens 15 meter bedraagt, te meten vanaf het maaiveld.”
Voor het overige is dit in orde voor mij.
Met vriendelijke groeten,
Thomas Beelen
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad stelt het belastingreglement op masten, pylonen en andere draagconstructies als volgt vast:
Belastingreglement op masten, pylonen en andere draagconstructies
Belastbaar feit
Artikel 1
De gemeente heft jaarlijks een belasting op masten, pylonen en andere draagconstructies met een hoogte van minimaal 15 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Heffingstermijn
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder:
- ‘mast’: een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie en waarbij de hoogte van het dak of de constructie en de mast samen minstens 15 meter bedraagt, te meten vanaf het maaiveld.
- ‘pyloon’: een individuele en vaststaande verticale constructie of steuntoren die wordt opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 15 meter.
- ‘draagconstructie’: iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, het transport van energie-en radio-installaties, en met een hoogte van minstens 15 meter.
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast, pyloon of andere draagconstructie op 1 januari van het aanslagjaar. In de mate dat de mast, pyloon of draagconstructie door een derde wordt uitgebaat, is die hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Vrijstellingen
Artikel 5
Zijn van de belasting vrijgesteld:
Berekeningswijze en tarief
Artikel 6
6.1. De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast, pyloon of andere draagconstructie, en per jaar.
De belasting is forfaitair en wordt ondeelbaar gevestigd voor het volledige aanslagjaar.
Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast, pyloon of andere draagconstructie in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
6.2. Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004).
Het bedrag van de belasting wordt op 1 januari aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens onderstaande formule:
gezondheidsindex december van het voorgaand jaar x basistarief 2026
gezondheidsindex december 2025
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
6.3. Er wordt voor het eerst geïndexeerd op 1 januari 2027.
6.4. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
Aangifteplicht
Artikel 7
De belastingplichtige moet, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, aangifte doen van het aantal belastbare masten en pylonen en/of andere constructies op het grondgebied van de gemeente op het door de gemeente voorgeschreven aangifteformulier. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, doet het nodige om dit op eenvoudig verzoek te bekomen en aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar.
Ambtshalve belasting
Artikel 8
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan 25% van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Wijze van invordering
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Aanslag
Artikel 10
De aanslagbiljetten worden schriftelijk of elektronisch verzonden aan de belastingplichtige.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 11
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het bezwaarschrift moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° het wordt schriftelijk ingediend;
2° het wordt ondertekend;
3° het wordt gemotiveerd.
Bezwaren moeten per aangetekend brief worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 27, 3300 Tienen, of via mail naar inningen@tienen.be gestuurd worden.
Betaling
Artikel 12
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Inwerkingtreding
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.