Bevoegdheid
Juridische context
Fietsleasing is één van de populairste extralegale voordelen voor werknemers waarbij de werkgever een fiets ter beschikking stelt voor een periode van drie jaar. Gedurende deze leaseperiode betaalt de werknemer maandelijks of jaarlijks een bepaalde leaseprijs. Aan het einde van de rit kan je de fiets teruggeven en een spiksplinternieuwe fiets leasen of koop je de fiets over aan een vooraf bepaalde restwaarde van 16%.
De voordelen van fietslease zijn:
1. Fiscaal voordeel: omdat fietslease wordt ingewisseld met de eindejaarstoelage is een leasefiets tot 40% goedkoper dan wanneer de werknemer hem zelf zou aankopen
2. De partner die de leasing organiseert, zorgt voor een all-in leasepakket: in het pakket is ook pechbijstand, een onderhoudsbudget en een vervangfiets inbegrepen
3. Medewerkers verplaatsen zich meer per fiets naar het werk. Dat is niet alleen een voordeel voor het milieu en de mobiliteit maar medewerkers bewegen op die manier meer, zijn gezonder hetgeen een positieve impact heeft op de aanwezigheid van medewerkers
4. Voor de werkgever is fietslease budgetneutraal.
Krachtens art. 32 van het BVR RPR 20 januari 2023 kan de Raad in de RPR bepalen dat het personeelslid volledig of gedeeltelijk afstand kan doen van de volgende looncomponenten ten voordele van een theoretisch budget waarbinnen het andere voordelen kan kiezen:
De toewijzing van het theoretische budget wordt opgenomen in een individueel akkoord tussen het hoofd van het personeel en het personeelslid. Als er geen individueel akkoord is, behoudt het personeelslid het recht op voormelde looncomponenten.
De voordelen die het personeelslid kan kiezen en die gefinancierd worden met het theoretische budget, zijn maatschappelijk verantwoord en hebben geen betrekking op de aanvulling van het wettelijk pensioen. De raad bepaalt daarvoor in de rechtspositieregeling de nadere regels.
Er werd bij Cipal Schaubroeck een module aangekocht om fietsleasing mogelijk te maken en zo art. 32 van het BVR RPR voor lokaal bestuur Tienen te implementeren.
In zijn zitting van 19 mei 2025 heeft de Gemeenteraad besloten om toe te treden tot de aankoopcentrale Opdrachtencentrale vzw, Tour & Taxis, Picardstraat 7, box 100, 1000 Brussel. Een van hun partners is o2o waarmee we bijgevolg een samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten als zijnde de externe partner die fietslease zal organiseren voor lokaal bestuur Tienen. Alle nodige voorbereidingen werden in samenwerking met Cipal Schaubroeck voor implementatie in de loonmotor en met o2o als samenwerkingspartner door de dienst HR getroffen in de voorbije maanden.
Op 26 september zal o2o een infosessie organiseren in het VTC zodat medewerkers optimaal geïnformeerd worden over fietsleasing. Nadien zal de dienst HR voor de geïnteresseerde medewerkers de financiële consequenties van fietsleasing in kaart brengen zodat de medewerkers die willen deelnemen aan dit project volledig geïnformeerd zijn en een leasefiets kunnen bestellen in de loop van oktober/november 2025. De fietsen worden besteld en met ingang van 1 januari 2026 zal fietslease starten en kan de fiets geleverd worden.
Daarnaast zal met elke medewerker die beslist om een gedeelte van de eindejaarstoelage aan te wenden voor fietslease een bijlage bij de arbeidsovereenkomst (wat contractuelen betreft) of een overeenkomst (wat statutairen betreft) worden opgemaakt zodat het individueel akkoord rechtsgeldig is.
Om fietslease juridisch te implementeren in de organisatie moet aan artikel 194 van de Rechtspositieregeling een zesde paragraaf worden toegevoegd:
Artikel 194, paragraaf 6 (nieuw)
§1. Op vraag van het personeelslid kan volledig of gedeeltelijk afstand worden gedaan van
1° de eindejaarstoelage, vermeld in artikel 194 van deze lokale rechtspositieregeling;
2° de attractiviteitspremie, vermeld in bijlage III, akkoord inzake de toekenning van de attractiviteitspremie, van deze rechtspositieregeling;
ten voordele van een theoretisch budget waarmee het personeelslid voordelen ter bevordering van de fietsmobiliteit kan kiezen, die gelijkwaardig zijn aan die van voormelde looncomponenten in geld zoals omschreven in het Rechtspositiebesluit.
In voorkomend geval is er geen of gedeeltelijk geen recht meer op de eindejaarstoelage.
Het theoretisch budget waarvan sprake in voorgaande lid is niet opeisbaar. De voordelen die het personeelslid vrij kiest binnen de grenzen van dit theoretisch budget, worden wel opeisbaar van zodra ze opgenomen worden in een individueel akkoord tussen het personeelslid en zijn bestuur. Bij gebrek aan een individueel akkoord, blijft het recht op de voormelde looncomponenten onverkort van toepassing.
Het personeelslid moet zijn keuze om de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk om te zetten maken op een moment dat er nog geen verworven rechten op die eindejaarstoelage bestaan.
Wanneer het personeelslid kiest voor een gedeeltelijke omzetting van de eindejaarstoelage, vermindert hiermee het bruto bedrag van de eindejaarstoelage.
Indien het theoretische budget meer was dan nodig voor de gekozen voordelen, wordt het saldo aan het personeelslid overgemaakt na afhouding van de noodzakelijke bijdragen. In voorkomend geval worden die teruggestorte gelden beschouwd als een gewone premie in geld.
§2. De concrete modaliteiten over fietsmobiliteit worden uitgewerkt in een bijlage ‘fietsbeleid’ die wordt toegevoegd aan de rechtspositieregeling.
Om de verdere uitrol van fietslease voor de medewerkers mogelijk te maken wordt de rechtspositieregeling aangepast, na overleg met de vakbonden, zodat de voorbereidingen kunnen opgestart worden. Doel is om de fietslease uit te rollen in januari 2026.
Besluit
Enig artikel: De gemeenteraad voegt aan de rechtspositieregeling voor het stads- en OCMW personeel een zesde paragraaf toe aan art. 194 als volgt:
§1. Op vraag van het personeelslid kan volledig of gedeeltelijk afstand worden gedaan van
1° de eindejaarstoelage, vermeld in artikel 194 van deze lokale rechtspositieregeling;
2° de attractiviteitspremie, vermeld in bijlage III, akkoord inzake de toekenning van de attractiviteitspremie, van deze rechtspositieregeling;
ten voordele van een theoretisch budget waarmee het personeelslid voordelen ter bevordering van de fietsmobiliteit kan kiezen, die gelijkwaardig zijn aan die van voormelde looncomponenten in geld zoals omschreven in het rechtspositiebesluit.
In voorkomend geval is er geen of gedeeltelijk geen recht meer op de eindejaarstoelage.
Het theoretisch budget waarvan sprake in voorgaande lid is niet opeisbaar. De voordelen die het personeelslid vrij kiest binnen de grenzen van dit theoretisch budget, worden wel opeisbaar van zodra ze opgenomen worden in een individueel akkoord tussen het personeelslid en zijn bestuur. Bij gebrek aan een individueel akkoord, blijft het recht op de voormelde looncomponenten onverkort van toepassing.
Het personeelslid moet zijn keuze om de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk om te zetten maken op een moment dat er nog geen verworven rechten op die eindejaarstoelage bestaan.
Wanneer het personeelslid kiest voor een gedeeltelijke omzetting van de eindejaarstoelage, vermindert hiermee het bruto bedrag van de eindejaarstoelage.
Indien het theoretische budget meer was dan nodig voor de gekozen voordelen, wordt het saldo aan het personeelslid overgemaakt na afhouding van de noodzakelijke bijdragen. In voorkomend geval worden die teruggestorte gelden beschouwd als een gewone premie in geld.
§2. De concrete modaliteiten over fietsmobiliteit worden uitgewerkt in een bijlage ‘fietsbeleid’ die wordt toegevoegd aan de rechtspositieregeling.