Bevoegdheid
Juridisch kader
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Aangezien de inname van het openbaar domein hinder meebrengt voor andere gebruikers alsook aanleiding kan geven tot gederfde inkomsten voor de stad omwille van de inname van betalende parkeerplaatsen, is het verantwoord een retributie te vragen voor de tijdelijke inname van het openbaar domein bij werken en verhuis.
Innames vragen administratieve behandeling en opvolging en zijn daarom voorwerp van een retributie, behoudens de uitzonderingen opgesomd in het reglement. Innames waarbij bepaalde verkeersmaatregelen genomen moeten worden (afsluiten straat, omdraaien rijrichting, instellen éénrichtingsverkeer) worden extra aangerekend. In bepaalde gevallen kan de aanvrager beroep doen op het plaatsen van signalisatie door de stad, doch hiervoor wordt ook een kost aangerekend.
Van de retributie zijn vrijgesteld de inname van het openbaar domein door:
- werken tot het herbouwen van gebouwen die getroffen werden door een erkende natuurramp omdat dit overmacht betreft;
- door werken in opdracht van openbare besturen en instellingen van openbaar nut omdat deze werken het algemeen belang dienen;
- en door werken of verhuis op gewestwegen op het grondgebied omdat het gewest reeds een vergoeding vraagt.
Deze vrijstelling geldt niet voor de administratieve kosten voor het regulariseren van het niet-respecteren van de termijn van een aanvraag of voor de administratieve kosten voor vaststellingen van het innemen van openbaar domein zonder vergunning, zonder verlenging van de huidige vergunning, het innemen van een andere locatie dan aangevraagd, het al dan niet gedeeltelijk afsluiten van een straat zonder vergunning het innemen van een grotere oppervlakte dan aangevraagd of het niet plaatsen van de wettelijke signalisatie.
Sinds de invoering van het retributiereglement IOD van 11 december 2025 stoot de dienst integrale veiligheid en vergunningen (IVV) op problemen die met de huidige software niet eenvoudig kunnen opgelost worden. Deze zorgen voor ontevredenheid bij de gebruikers en extra administratieve verwerkingstijd.
Het reglement voorziet in een dossierkost van €15 per aanvraag. Dit leidt tot erg veel onvrede bij de nutsbedrijven: een financiële transactie uitvoeren bij elke aanvraag is tijdrovend en de werknemers die de aanvragen doen hebben vaak niet de mogelijkheid om betalingen uit te voeren. De nutsbedrijven zijn vragende partij om achteraf een gebundelde factuur te ontvangen. Het software systeem (Spotbooking) laat echter niet toe dat er vergunningen worden afgeleverd zonder directe betaling. De dienst IVV werkte hiervoor een procedure uit (VD 10 februari inzake facturatie van dossierkosten aan nutsbedrijven). Het blijft desondanks een tijdrovende, weinig heldere procedure die zorgt voor klachten en ontevredenheid. Ook merken we dat het software-systeem deze dossiers (die louter 15 euro opbrengen) niet meer behandelt als een vrijstelling maar als een afgeleverde vergunning en deze ook als zodanig aan de stad aanrekent, waardoor de inkomsten veel lager zijn dan voorzien, terwijl de administratieve verwerkingstijd sterk toeneemt.
Daarnaast is het softwaresysteem niet flexibel genoeg om variabele administratieve kosten door te voeren. Er dient dan het hoogste bedrag (€500) te worden aangerekend en vervolgens met kortingscodes worden gewerkt die toegekend worden na afhandeling van het dossier. Dat is een (tijdrovende) handmatige ingreep die ook de transparante regelgeving hypothekeert. Bovendien krijgen aanvragers de (niet correcte) hoge prijs te zien, waardoor ze afhaken tijdens de aanvraag, geen aanvraag indienen of (boos) telefoneren naar de dienst waar ze vervolgens telefonisch door het proces geholpen worden.
De hogere, variabele administratieve kosten wordt daarom teruggebracht naar een vast bedrag van 50 euro.
De flagrante inbreuken zullen door de gemeenschapswacht-vaststellers en politie via GAS-verslagen opgevolgd worden, zodat er voldoende financiële druk blijft bestaan bij de aanvrager van een vergunning om zich aan het reglement te houden. Ook dient duidelijk vermeld dat een vaststelling niet gelijk staat aan een regularisatie bij laattijdig aanvragen van een vergunning. De inname moet onmiddellijk stoppen dan wel geregulariseerd worden door middel van een aanvraag zonder verwijl. Deze werven zullen dan ook dagelijks opgevolgd worden en er zal dan ook dagelijks een dossierkost aangerekend worden.
De wijzigingen in het vigerende retributiereglement hebben dus een averechts effect gekregen vanwege de niet flexibele software die: de klantentevredenheid daalt duidelijk en de druk op de administratie neemt aanzienlijk toe. Deze aanpassingen verbeteren de klanttevredenheid en verminderen de administratieve druk, terwijl het reglement effectief en financieel stabiel blijft.
De ontvangsten zijn voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op RW-BURGZ/0490-00/700560.
Advies ingewonnen via mail van meester T. Beelen.
Besluit
Artikel 1: Het retributiereglement op de tijdelijke inname van het openbaar domein bij het uitvoeren van werken en verhuis wordt opgeheven.
Artikel 2: De gemeenteraad stelt het reglement inzake inname van openbaar domein bij het uitvoeren van werken en verhuis vast als volgt:
Reglement inzake inname van openbaar domein bij het uitvoeren van werken en verhuis
Artikel 1.
De gemeente heft een retributie op de tijdelijke inname van het openbaar domein bij het uitvoeren van werken en verhuis door containers, werfafsluitingen, werfwagens, stellingen, kranen, machines, bouwmaterialen, verhuiswagens en alle andere zaken en goederen, bij het uitvoeren van bouw-, verbouwings-, onderhouds-, sanerings- en instandhoudingswerken, alsook bij verhuis en het afsluiten van een straat.
Artikel 2.
De retributie wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031
Artikel 3.
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder ‘openbaar domein’: elke publiek toegankelijke ruimte in het bezit of het beheer van een gewestelijke, provinciale of gemeentelijke overheid; dit behelst inzonderheid de openbare weg, te weten de wegen of pleinen die openstaan voor alle verkeer, hetzij voetgangersverkeer of ander verkeer, en de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg.
Artikel 4.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein, of bij gebreke daaraan hoofdelijk verschuldigd door de (rechts)persoon die de inname doet, door de eigenaar(s) van en door houders van een zakelijk recht op het erf of de eigendom waarvoor de inname gebeurt.
Artikel 5.
De retributie wordt berekend als volgt:
1° Voor de inname van het openbaar domein geldt een tarief van 0.50 euro/m²/dag. Dit tarief is van toepassing vanaf de eerste dag van de effectieve inname. De verschuldigde retributie overeenkomstig de afgeleverde vergunning vervangt de eventueel ter plaatse van de inname geldende parkeerretributie. Een deel van een dag wordt als een volledige dag beschouwd.
2° In onderstaande gevallen wordt bovenstaande retributie vermeerderd met volgende bedragen:
Het bedrag van de retributie wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 april aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004) volgens de formule:
gezondheidsindex februari van het jaar waarin geïndexeerd wordt x basistarief 2026
gezondheidsindex februari 2026
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat de retributie naar beneden wordt bijgesteld.
Artikel 6.
Van de retributie worden vrijgesteld, de innamen van het openbaar domein ten gevolge van:
Artikel 7.
De retributie moet betaald worden na ontvangst van de betalingsuitnodiging op de wijze en binnen de termijn zoals hierop vermeld.
Artikel 8.
1° Er wordt een administratieve kost van 50 euro per aanvraag van een vergunning aangerekend waarbij de termijn voor het indienen van de aanvraag zoals bepaald in artikel 2, §2 van het reglement inzake inname van openbaar domein bij het uitvoeren van werken en verhuis niet gerespecteerd werd;
2° Voor vaststellingen hieronder opgesomd wordt een administratieve kost van 50 euro aangerekend:
Deze vaststellingen staan niet gelijk aan een regularisatie. De verantwoordelijke voor de inname moet op de dag van de vaststelling de inname staken, dan wel uiterlijk diezelfde dag een vergunningsaanvraag indienen. Indien de onregelmatige inname blijft voortduren en er geen ontvankelijke vergunningsaanvraag is ingediend, kan per kalenderdag een nieuwe vaststelling worden gedaan; per vaststelling is de administratieve kost van 50 euro verschuldigd. De mogelijkheid tot dagelijkse vaststelling en aanrekening eindigt vanaf de dag waarop een ontvankelijke vergunningsaanvraag werd ingediend, onverminderd de verdere beoordeling en eventuele voorwaarden of weigering van de vergunning.
De hierboven vermelde bedragen sub 1° en 2° worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 april aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2004) volgens de formule:
gezondheidsindex februari van het jaar waarin geïndexeerd wordt x basistarief 2026
gezondheidsindex februari 2026
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. De indexering kan nooit tot gevolg hebben dat de administratieve kost naar beneden wordt bijgesteld.
De hierboven vermelde bedragen sub 1° en 2° worden aangerekend bovenop de bedragen vermeld in art. 5 en art. 9.
Artikel 9.
1° Er wordt een eenmalige dossierkost van 15 euro per aanvraag aangerekend.
2° Werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen, alsook door of in opdracht van instellingen van openbaar nut, inclusief de nutsbedrijven worden vrijgesteld van deze dossierkost.
Artikel 10.
Bezwaren of betwistingen moeten binnen een termijn van 30 dagen volgend op de datum van de betalingsuitnodiging per aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen gericht worden (Grote Markt 27, 3300 Tienen) of via e-mail naar inningen@tienen.be gestuurd worden.
Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.